Regeling erkenning ruiterexamen

Huidige tekst

Artikel 3 Regeling erkenning ruiterexamen

Geldt sinds 1 juni 1985

  1. 1

    Om te kunnen worden erkend dient een ruiterexamen te bestaan uit een theoretisch en praktisch gedeelte, die voldoen aan het bepaalde in de volgende leden.

  2. 2

    Het theoretische gedeelte bestaat uit een schriftelijke toets, welke in ieder geval vragen over de volgende onderwerpen bevat: a.kennis van de dagelijkse verzorging van het paard of pony; b.het correct passen van het harnachement; c.het exterieur van het paard of pony; d.de correcte houding te paard of pony; e.de gedragsregels voor ruiters; f.kennis natuurlijke waarden van terrein.

  3. 3

    Het praktische gedeelte bevat een buitenrit of het rijden op een buitenterrein van minimaal 3000m⁲ gedurende 30 minuten, waarbij in ieder geval de volgende onderdelen worden beoordeeld: a.elementaire kennis van de correcte houding; b.beheersing van het paard of pony. c. omgang van de ruiter met het paard of pony.

  4. 4

    Het bepaalde in het tweede en derde lid dient te worden vastgelegd in een programma van eisen dat de goedkeuring van de minister behoeft.

  5. 5

    Alvorens te worden vastgelegd, behoeven wijzigingen in het programma van eisen de goedkeuring van de minister.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.