Huidige tekst
Artikel 5.15 Regeling diergeneeskundigen
Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan pluimvee 1 Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee, bevat het plan tevens het uniek subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren. 2 Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat de analyse, bedoeld in artikel 5.14, onderdeel f, ten minste de volgende onderdelen: a.reiniging en ontsmetting; b.voer; c.drinkwater; d.klimaat; e.technische resultaten van de dieren, waaronder uitval, voederconversie en groei; f.strooisel; g.aangevoerde dieren; h.hakdermatitis; i.voetzoollaesies; j.bezettingsdichtheid; k.uitladen. 3 Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee bevat het plan tevens een bioveiligheidsplan. Het bioveiligheidsplan gaat in op de getroffen en te nemen biobeveiligingsmaatregelen met betrekking tot: a.hygiënezones; b.plaagdieren en wilde vogels; c.bezoekers en personeel; d.voertuigen en materialen; e.aan- en afvoer van dieren, mest en kadavers; f.reiniging en desinfectie van het bedrijfsterrein, stallen en inventaris; g.in het geval dat de houder eieren produceert: gebruikt materiaal, ruimtes, reiniging en desinfectie; h.uitloop van pluimvee; en i.andere risico’s voor de bioveiligheid en zoönosen met betrekking tot het bedrijf of de bedrijfsvoering.