Huidige tekst
Artikel 22 Regeling bescherming koopvaardij
Matiging boete
- 1
Onverminderd de artikelen 3:4, 5.41 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houden de toezichthoudende ambtenaren bij het vaststellen van een bestuurlijke boete in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover die van toepassing zijn: a.de ernst en de duur van de overtreding; b.de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten; c.de afwezigheid van eerdere overtredingen van de overtreder van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften; d.de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding; e.de maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen.
- 2
De toezichthoudende ambtenaren verlagen het boetebedrag met een evenredig percentage indien de omstandigheden, genoemd in het eerste lid, een dergelijke verlaging rechtvaardigen.