Huidige tekst
Artikel 6 Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016
Beleggingen 1 Middelen van instellingen die tijdelijk overtollig zijn kunnen in een belegging worden uitgezet. 2 De periode van het beleggen door instellingen is eindig en de belegging wordt op een vooraf vastgestelde einddatum terugontvangen. 3 De hoofdsom van de belegging wordt door de financiële onderneming, bedoeld in artikel 4 gegarandeerd. In geval van koerswijzigingen op de belegging kan hier, met instemming van de interne toezichthouder, van af worden geweken. 4 Instellingen mogen beleggen in staatsobligaties van lidstaten, mits deze lidstaten aan de ratingeisen, genoemd in artikel 4, eerste lid, voldoen. 5 Instellingen beleggen niet in: a.achtergestelde spaarrekeningen en achtergestelde deposito’s; b.aandelen of vergelijkbare producten, tenzij deze van toepassing zijn voor de uitvoering van de wettelijke taak van de instelling. 6 Beleggingen worden conform het treasurystatuut afgesloten en vooraf ter kennisname aan de interne toezichthouder gestuurd.