Huidige tekst
Artikel 8 Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo
Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2026 1 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: a.USD 273.465,78 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder; b.USD 546.931,56 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200; c.USD 820.397,34 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer. 2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: a.een bedrag van USD 9.302,18: 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen; b.een bedrag van USD 10.944,01: 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen. 3 De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: a.USD 10.944,01 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en b.USD 6.566,41 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg. 4 De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op 40 procent. 5 De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op 36 procent. 6 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: a.USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer; b.USD 201.637,06 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300; c.USD 470.486,50 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200; d.USD 739.335,93 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150; e.USD 1.008.185,35 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100; f.USD 1.277.034,79 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.