Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928

Huidige tekst

Artikel 1 Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928

Geldt sinds 1 januari 2021

Als natuurtypen en landschapselementtypen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 worden aangewezen de natuurtypen en landschapselementtypen, genoemd in kolom 1, onder de in kolom 2 genoemde beperkingen. 1 2 Natuurtypen en landschapselementtypen Beperkingen a. Rivieren Beperkt tot de litorale zones van het wateroppervlak waarin nog zoveel zonlicht tot de bodem doordringt dat wortelende waterplanten zich hier kunnen vestigen, die grenzen aan of anderszins deel uitmaken van een gevarieerde oever zonder oeverbeschoeiing, met zowel flauwe als steile delen, en tijdelijke of permanente plas-dras zones. b. Beken en bronnen c. Stilstaande wateren Beperkt tot de litorale zones van het wateroppervlak waarin nog zoveel zonlicht tot de bodem doordringt dat wortelende waterplanten zich hier kunnen vestigen, die grenzen aan of anderszins deel uitmaken van een gevarieerde oever zonder oeverbeschoeiing, met zowel flauwe als steile delen, en tijdelijke of permanente plas-dras zones. d. Moerassen e. Voedselarme venen en vochtige heiden f. Droge heiden g. Open duinen h. Schorren of kwelders i. Vochtige schraalgraslanden j. Droge schraalgraslanden k. Rijke graslanden en akkers l. Groenblauwe landschapselementen Beperkt tot het landschapsbeheertype ‘Poel en klein historisch water’

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.