Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928

Rbesl NSW

Huidige tekst

Artikel 2 Rbesl NSW

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Om als een landgoed te kunnen worden aangemerkt, dient een onroerende zaak te voldoen aan de volgende voorwaarden: a.de oppervlakte van de onroerende zaak bedraagt ten minste 5 hectare; b.terreinen en wateren behorende tot de onroerende zaak vormen een aaneengesloten gebied; c.de oppervlakte van de onroerende zaak is voor ten minste 30 percent bezet met houtopstanden of natuurterreinen en d.het soort gebruik dat van de onroerende zaak wordt gemaakt, maakt geen inbreuk op het natuurschoon.

  2. 2

    Voor zover tot de onroerende zaak behorende terreinen, opstallen of wateren, of het soort gebruik dat daarvan wordt gemaakt, inbreuk maken op het natuurschoon, worden die terreinen, die opstallen en die wateren niet gerekend tot de als landgoed aan te merken onroerende zaak.

  3. 3

    De terreinen en wateren behorende tot een onroerende zaak worden mede als een aaneengesloten gebied aangemerkt, indien: a.de terreinen en wateren gescheiden worden door: 1°. onverharde wegen, 2°. verharde wegen niet breder dan vijf meter, 3°. waterlopen niet breder dan 25 meter, of 4°. niet-geëlektrificeerde enkelsporen; of b.de terreinen en wateren gescheiden worden door een weg, dijk, spoorweg of waterloop, voor zover er een landschappelijke of functionele samenhang is tussen de terreinen en deze samenhang herkenbaar aanwezig is, of voor zover er een nauwe historische band bestaat tussen de terreinen.

  4. 4

    Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, worden tot de met houtopstanden bezette oppervlakte van de onroerende zaak mede gerekend kapvlakten, waarop een herplantplicht rust ingevolge de afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving en welke niet groter zijn dan 15 percent van de oppervlakte van de met houtopstanden bezette terreinen tot ten hoogste 5 hectare, met dien verstande dat een kapvlakte van 0,5 hectare of minder wordt aangemerkt als een met houtopstanden bezet terrein.

  5. 5

    Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, worden tot de met natuurterreinen bezette oppervlakte van de onroerende zaak uitsluitend natuurterreinen gerekend die zelfstandig dan wel gezamenlijk met direct hieraan grenzende houtopstanden een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 hectare hebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1787Rechtbank Midden-Nederland, 9 maart 2026 (omgevingsrecht)

    Verweerders hebben het verzoek om rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928 terecht afgewezen, omdat de onroerende zaak aangemerkt moet worden als een tweede hoofdgebouw op het landgoed. Daarbij…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:5809Rechtbank Amsterdam, 7 september 2016 (bestuursrecht)

    Weigering verklaring van geen bezwaar op grond van de Natuurschoonwet 1928 (Nsw) en onttrekking aan de werking van die wet. Volgens de staatssecretarissen van Economische Zaken en Financiën…

  • ECLI:NL:RVS:2015:1070Raad van State, 8 april 2015 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 november 2012 heeft de staatssecretaris de rangschikking van het landgoed "[landgoed]" onder de Natuurschoonwet 1928 (hierna: de Nsw) met ingang van 6 november 2012 ingetrokken.

  • ECLI:NL:RBOVE:2014:5214Rechtbank Overijssel, 1 oktober 2014 (bestuursrecht)

    Weigering om een verklaring van geen bezwaar af te geven voor een voorgenomen handeling, in casu het vestigen van een urnenbegraafplaats op een deel van een landgoed, als bedoeld in artikel 3 lid 8…

  • ECLI:NL:RBGEL:2014:3666Rechtbank Gelderland, 18 februari 2014 (belastingrecht)

    Op verzoek gepubliceerd, geen samenvatting.

  • ECLI:NL:RVS:2012:BY2512Raad van State, 7 november 2012 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 juni 2009 hebben de ministers het verzoek van [appellant] om rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928 (hierna: de Nsw) van het landgoed "De Witte Brug", afgewezen.

  • ECLI:NL:RBARN:2012:BX0253Rechtbank Arnhem, 28 juni 2012 (belastingrecht)

    WBR. NSW. 2008. Verkrijging van recht van opstal op gedeelte van een NSW-landgoed valt zelf niet onder de van heffing van overdrachtsbelasting vrijgestelde verkrijgingen omdat een opstalhouder geen…

  • ECLI:NL:RVS:2011:BR4647Raad van State, 10 augustus 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 14 mei 2009 heeft de minister, mede namens de staatssecretaris, voor zover hier van belang, het verzoek van [appellant] om rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928 (hierna: de Nsw)…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.