Huidige tekst
Artikel 52 Protocol nopens de verkeerstekens
- 1
De door de verkeersagenten te geven tekens stemmen overeen met een der twee volgende stelsels. Eerste stelsel Teken A — stopteken voor voertuigen, welke de verkeersagent van voren naderen: omhoog gestrekte arm met de handpalm naar voren gekeerd. Teken C — stopteken voor voertuigen, welke de verkeersagent van achteren naderen: een arm zijwaarts gestrekt naar de kant van de rijbaan, waarlangs het betrokken verkeer nadert, met de handpalm naar voren gekeerd. De tekens A en C mogen gelijktijdig worden gebruikt. Tweede stelsel Teken B — stop teken voor voertuigen, welke de verkeersagent van voren naderen: een arm zijwaarts gestrekt naar de kant van de rijbaan, waarlangs het betrokken verkeer nadert, met de handpalm naar voren gekeerd. Teken C — stopteken voor voertuigen, welke de verkeersagent van achteren naderen: een arm zijwaarts gestrekt naar de kant van de rijbaan, waarlangs het betrokken verkeer nadert, met de handpalm naar voren gekeerd. De tekens B en C mogen gelijktijdig worden gebruikt.
- 2
Bij beide stelsels mag een wenkend gebaar met de hand worden gemaakt om voertuigen te doen voortgaan.