Protocol inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Huidige tekst

Artikel 2 Protocol inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Geldt sinds 15 december 1989

Indien de Conferentie overeenkomstig het vorige artikel een besluit neemt, zijn de volgende bepalingen van toepassing: a.met betrekking tot Gemeenschapsoctrooien heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de bevoegdheid die bij het Akkoord aan het Hof wordt verleend. Het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Economische Gemeenschap en het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie zijn van toepassing. Het reglement voor de procesvoering van het Hof wordt zo nodig overeenkomstig artikel 188 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap aangepast en aangevuld; b.de andere in het Akkoord bedoelde Instellingen van de Europese Gemeenschappen alsmede de Rekenkamer, oefenen de bevoegdheden uit die bij het Akkoord aan die lichamen worden verleend; c.bekrachtigingen na de inwerkingtreding van het Akkoord worden van kracht op de eerste dag van de derde maand na de nederlegging van de akte van bekrachtiging. Indien evenwel het Gemeenschapsoctrooiverdrag voor de betrokken Staat op een later tijdstip in werking treedt, treedt het Akkoord voor die Staat op de laatste datum in werking; d.zolang het Akkoord ten aanzien van een ondertekenende Staat niet in werking is getreden, kan die Staat als waarnemer deelnemen aan vergaderingen van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie, hierna genoemd „Beperkte Commissie” en aan die van de Administratieve Commissie van het Gemeenschappelijk Hof Van Beroep, en kan hij in elk van deze organen voor dit doel een vertegenwoordiger en een plaatsvervangend vertegenwoordiger benoemen. Die Staat kan evenwel als volwaardig lid in het betrokken orgaan deelnemen indien: - dat orgaan optreedt overeenkomstig artikel 13, tweede zin, van het Akkoord; of - de Beperkte Commissie haar bevoegdheid bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag, uitoefent; e.zolang het Akkoord voor een van de ondertekenende Staten nog niet van kracht is, wordt het bij de verdeelsleutel van artikel 20, lid 3, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag voor die Staat vastgestelde percentage evenredig over de Verdragsluitende Staten verdeeld. Na de inwerkingtreding van het Akkoord voor de betrokken Staat, blijft deze bepaling van kracht voor de verdeling van de ontvangsten uit jaartaksen die gend zijn voor Gemeenschapsoctrooien die niet gelden op het grondgebied van die Staat; f.een percentage van de verdeelsleutel van artikel 20, derde lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag voor een ondertekenende Staat die het Akkoord nog niet heeft bekrachtigd op het tijdstip waarop het in werking treedt, mag niet eerder volgens de procedure van artikel 20, vierde en vijfde lid, van dit Verdrag worden gewijzigd dan vijf jaar nadat het Akkoord voor die Staat in werking getreden is; g.wanneer het Akkoord voor een Staat van kracht wordt nadat het in werking is getreden, is artikel 82 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag van overeenkomstige toepassing op de aanvrage om een Europees octrooi waarop het Akkoord van toepassing is en waarin deze Staat aangewezen is; h.een voorbehoud dat een ondertekenende Staat overeenkomstig artikel 83, eerste lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag heeft gemaakt, geldt uiterlijk tot het eind van het tiende jaar nadat het Akkoord voor alle ondertekenende Staten in werking getreden is. Artikel 83, tweede lid, is eveneens van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.