Huidige tekst
Artikel 19 SPAW
Kennisgeving en verslaglegging aan de Organisatie 1 Elke Partij doet de Organisatie periodiek verslag van: a.de status van bestaande en nieuw ingestelde beschermde gebieden, bufferzones en beschermde soorten in gebieden waarover zij soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent; en b.wijzigingen in de afbakening of wettelijke status van beschermde gebieden, bufferzones en beschermde soorten in gebieden waarover zij soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent. 2 De verslagen inzake de beschermde gebieden en bufferzones dienen informatie te bevatten over: a.de naam van het gebied of de zone; b.de biogeografische eigenschappen van het gebied of de zone (grenzen, natuurlijke kenmerken, klimaat, dier- en plantesoorten); c.de wettelijke status, met verwijzing naar de van toepassing zijnde nationale wetgeving of regelgeving; d.datum en instelling en voorgeschiedenis; e.beheersplannen voor het beschermde gebied; f.belang voor cultureel erfgoed; g.faciliteiten voor onderzoek en bezoekers; en h.bedreigingen voor het gebied of de zone, met name bedreigingen die hun oorsprong vinden buiten het rechtsgebied van de Partij. 3 De verslagen inzake de beschermde soorten behoren, voor zover mogelijk, informatie te bevatten over: a.de wetenschappelijke en de gebruikelijke naam van de soorten; b.geschatte populaties van soorten en hun verspreidingsgebieden; c.status van wettelijke bescherming, met verwijzing naar de van toepassing zijnde nationale wetgeving of regelgeving; d.ecologische wisselwerking met andere soorten en specifieke leefmilieu-eisen; e.beheers- en herstelplannen voor uitstervende en bedreigde soorten; f.onderzoeksprogramma's en beschikbare wetenschappelijke en technische publikaties met betrekking tot de soorten; en g.bedreigingen voor de beschermde soorten, hun leefmilieus en daarmee samenhangende ecosystemen, met name bedreigingen die hun oorsprong vinden buiten het rechtsgebied van de Partij. 4 De door de Partijen aan de Organisatie verstrekte verslagen worden gebruikt voor de in de artikelen 20 en 22 genoemde doeleinden.