Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001

Huidige tekst

Artikel 52 Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001

Geldt sinds 2 augustus 2021

  1. 1

    Een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2.1 tot en met 2.17 van het besluit en de artikelen 11 tot en met 51 wordt niet in behandeling genomen.

  2. 2

    Indien de daartoe aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, worden in de aanvraag vermeld het feit van deze verstrekking, de datum van deze verstrekking en de datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken reisdocument eindigt.

  3. 3

    In de aanvraag voor een reisdocument waarbij sprake is van een weigering of vervallenverklaring wordt, afhankelijk van de genomen beslissing, vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.

  4. 4

    In de aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt, afhankelijk van de nationaliteit van de persoon aan wie het reisdocument wordt uitgereikt, aangegeven welk land van de territoriale geldigheid is uitgesloten.

  5. 5

    In de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit te reiken aan een staatloze, wordt aangegeven dat diens status van staatloze in het reisdocument moet worden vermeld.

  6. 6

    De daartoe aangewezen persoon vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:1573Raad van State, 18 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is geboren in Vietnam en heeft…

  • ECLI:NL:RVS:2026:1057Raad van State, 25 februari 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [appellanten] voor een Nederlands paspoort voor hun kind in behandeling te nemen. [appellanten] hebben…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:11082Rechtbank Den Haag, 26 juni 2025 (bestuursrecht)

    Verzoek om een voorlopige voorziening en beroep. Buiten behandeling stelling paspoortaanvraag op grond van artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet. Uit overgelegde uitspraak van de Marokkaanse…

  • ECLI:NL:RVS:2024:4609Raad van State, 13 november 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 november 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om hem een Nederlands paspoort te verstrekken, niet in behandeling genomen. [appellant] heeft op…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:12489Rechtbank Den Haag, 25 april 2024 (bestuursrecht)

    Niet in behandeling nemen van aanvraag om afgifte van een Nederlands paspoort voor minderjarige dochter. Niet blijkt dat eiseres eenhoofdig gezag heeft over de dochter. Eisen van behoorlijke en met…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:15367Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2023 (bestuursrecht)

    Weigering aanvraag Nedelands paspoort in behandeling te nemen is een inhoudelijk besluit, geen besluit in de zin van artikel 4:5 van de Awb. Gevolgen van onrechtmatige beschikking ambassadeur tot…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:717Rechtbank Rotterdam, 31 januari 2023 (bestuursrecht)

    aanvraag afgifte Nederlands paspoort - beroep ongegrond - het kind heeft niet op grond van artikel 3, eerste lid, van de RWN door geboorte van rechtswege het Nederlanderschap verkregen, omdat sprake…

  • ECLI:NL:RVS:2022:1216Raad van State, 26 april 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluiten van 13 november 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om een paspoort niet in behandeling genomen. [partij] komt uit Mauritanië…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.