Terug naar alle wetten
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES
Geldende tekst van alle 163 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.
Inhoudsopgave
Titel 1 Algemene bepalingen
- Artikel 1De in deze wet zonder nadere aanduiding aangehaalde bepalingen zijn de bepalingen van de ingevoerde boeken 1 en…
- Artikel 2Van het tijdstip van haar in werking treden af is de wet van toepassing, indien op dat tijdstip is voldaan aan de door…
- Artikel 3Wanneer de wet van toepassing wordt, heeft dat niet tot gevolg dat alsdan:
- Artikel 4Tenzij anders is bepaald, wordt een rechtshandeling die is verricht voordat de wet van toepassing wordt, niet nietig of…
- Artikel 5Een rechtshandeling die vernietigbaar was tot aan het tijdstip waarop de wet van toepassing wordt, kan van dat tijdstip…
- Artikel 6Een nietige rechtshandeling wordt op het tijdstip waarop de wet van toepassing wordt, met terugwerkende kracht tot een…
- Artikel 7Indien de wet een verjarings- of vervaltermijn op korter dan een jaar stelt, en die termijn overeenkomstig het in de…
- Artikel 8Indien de wet een verjarings- of vervaltermijn op een jaar of langer stelt, en die termijn overeenkomstig het in de wet…
- Artikel 9In afwijking van de artikelen 7 en 8 kan een bevoegdheid die de wet toekent, niet meer worden uitgeoefend, indien de…
- Artikel 10De bepalingen van de wet omtrent de rangorde waarin vorderingen uit de opbrengst van een goed moeten worden voldaan…
- Artikel 11Is voor de al dan niet toepasselijkheid van de bepalingen der wet omtrent aansprakelijkheid en schadevergoeding…
- Artikel 12De aansprakelijkheid voor schade die is ontstaan of, bij toepassing van artikel 11, bekend geworden na het in werking…
- Artikel 13Een beding dat naar een vóór het in werking treden van de wet geldend wetsartikel verwijst of de zakelijke inhoud van…
- Artikel 14Het van toepassing worden van de wet heeft geen gevolg voor de bevoegdheid van de rechter voor wie voordien een geding…
- Artikel 15De in overgangsbepalingen vervatte verwijzing naar de regels van de wet of naar die van het tevoren geldende recht is…
Titel 2 Overgangsbepalingen in verband met Boek 1
- Artikel 16Een verzoek, gericht aan de Gouverneur, tot het verkrijgen van diens toestemming tot wijziging of vaststelling van een…
- Artikel 17Artikel 31 van Boek 1 is niet van toepassing met betrekking tot een huwelijk dat vóór het tijdstip van het in werking…
- Artikel 18De stuiting van een huwelijk, aangevangen vóór het tijdstip van het in werking treden van titel 5, afdeling 3, van Boek…
- Artikel 19Indien de aangifte van een huwelijk vóór het in werking treden van de wet is gedaan en de voltrekking daarvan nadien…
- Artikel 20Onverminderd het bepaalde in artikel 14, tweede en derde lid, van deze wet, kan een huwelijk dat vóór het tijdstip van…
- Artikel 21Op rechtshandelingen die een echtgenoot vóór het in werking treden van de artikelen 88 en 89 van Boek 1 heeft verricht…
- Artikel 22Op rechtshandelingen die een echtgenoot vóór het in werking treden van de wet in strijd met het toen geldende artikel…
- Artikel 23De tweede en de derde volzin van artikel 97, eerste lid, van Boek 1 zijn van hun in werking treden af mede van…
- Artikel 24Indien echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is…
- Artikel 25Artikel 157, vierde tot en met zesde lid, van Boek 1 is slechts van toepassing op de uitkeringen tot levensonderhoud…
- Artikel 26Het tevoren geldende artikel 298 van het Burgerlijk Wetboek blijft van toepassing op de gevolgen van een verzoening van…
- Artikel 27Een meerderjarig kind aan wie op het moment van inwerkingtreding van de wet bekend is dat de man die hem erkend heeft…
- Artikel 28Een verzoek tot verlening van brieven van wettiging die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet tot de…
- Artikel 29Indien vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet een verzoek tot adoptie is ingediend overeenkomstig het…
- Artikel 30Indien een verzoek tot adoptie uitsluitend op de grond van het niet vervuld zijn van de voorwaarde bedoeld in het…
- Artikel 31Wanneer in een overeenkomst die vóór het in werking treden van de wet is aangegaan of in een uiterste wilsbeschikking…
- Artikel 32Een vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet door de rechter getroffen regeling inzake de gezamenlijke…
- Artikel 33De artikelen 416 en 417 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 818 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering…
- Artikel 34Artikel 450, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet…
- Artikel 35Artikel 466 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat gold tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet…
- Artikel 36Een vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet door de rechter getroffen regeling inzake de omgang tussen…
- Artikel 37Van het tijdstip van het in werking treden van de wet af wordt een curatele die is ingesteld op grond van het voordien…
Titel 2A Overgangsbepalingen in verband met Boek 2
- Artikel 37aArtikel 2, eerste lid, van Boek 2 bepaalt mede de gevolgen van de daar genoemde gebreken in de oprichting van een…
- Artikel 37bArtikel 8, vierde tot en met zesde lid, van Boek 2 geldt alleen voor bestuurders en andere functionarissen die zijn…
- Artikel 37cDe laatste volzin van artikel 9, eerst lid, van Boek 2 geldt niet voor aandeelhoudersovereenkomsten die zijn gesloten…
- Artikel 37dArtikel 15, tweede lid, Boek 2 geldt voor het eerst na afloop van het eerste boekjaar dat is aangevangen na het in…
- Artikel 37eArtikel 15, vijfde lid, van Boek 2 geldt voor rechtspersonen die bij het in werking treden van Boek 2 bestaan en die…
- Artikel 37fArtikel 16 van Boek 2 geldt alleen voor het geval de faillissementstoestand onherroepelijk is ingetreden na het in…
- Artikel 37gBij de toepassing van artikel 16 van Boek 2 wordt slechts in aanmerking genomen het onbehoorlijk bestuur dat plaatsvond…
- Artikel 37hTen aanzien van commissarissen die zijn benoemd of aangewezen voor het in werking treden van Boek 2 vindt het bepaalde…
- Artikel 37iDe artikelen 20 tot en met 23 gelden niet voor een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat voor het in werking…
- Artikel 37jArtikel 24, negende lid, van Boek 2 geldt voor andere rechtspersonen dan de besloten vennootschap slechts indien de…
- Artikel 37kDe artikelen 29 tot en met 31 van Boek 2 zijn niet van toepassing op vereffeningen die zijn aangevangen voor het in…
- Artikel 37lHet bepaalde in artikel 36, tweede lid, van Boek 2 geldt voor rechtspersonen die reeds bestaan bij het in werking…
- Artikel 37mHet bepaalde in artikel 51, eerste lid, onder a, geldt voor de stichting particulier fonds die reeds bestaat bij het in…
- Artikel 37nBij de toepassing van artikel 55, eerste lid, onder b, wordt slechts in aanmerking genomen het onbehoorlijk bestuur dat…
- Artikel 37oArtikel 73 van Boek 2 is niet van toepassing op een vereniging, een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij…
- Artikel 37pDe artikelen 89 en 94 van Boek 2 gelden voor het eerst voor het eerste boekjaar dat aanvangt na het in werking treden…
- Artikel 37qDe in de statuten als coöperatieve vereniging aangeduide rechtspersoon heeft vanaf het in werking treden van Boek 2 als…
- Artikel 37rHet bepaalde in artikel 97 onder d van Boek 2 geldt voor de coöperatie die reeds bestaat bij het in werking treden van…
- Artikel 37sBepalingen waarin wordt verwezen naar het begrip «maatschappelijk kapitaal» worden met ingang van het in werking treden…
- Artikel 37tDe artikelen 116 tot en met 126 gelden voor het eerste boekjaar dat aanvangt na het in werking treden van Boek 2.
- Artikel 37uBij de toepassing van artikel 138 wordt slechts in aanmerking genomen het optreden als ware hij bestuurder en het…
- Artikel 37v[vervallen]
- Artikel 37w[vervallen]
- Artikel 37x[vervallen]
- Artikel 37yZolang de op 19 november 2002 aan de Staten aangeboden ontwerplandsverordening houdende vaststelling van een Nieuw…
Titel 3 Overgangsbepalingen in verband met Boek 3
- Artikel 38Zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet onroerend door bestemming waren en als zodanig…
- Artikel 39Op roerende zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet onroerend door bestemming waren en als…
- Artikel 40De verplichting bedoeld in artikel 15a van Boek 3 geldt voor degene die door dat artikel wordt aangewezen, voor het…
- Artikel 41Feiten die op het tijdstip van het in werking treden van de wet kenbaar zijn uit de openbare registers voor…
- Artikel 42Voor de toepassing van artikel 52, eerste lid, onder d, van Boek 3 wordt onder een bevoegdheid tot inroeping van een…
- Artikel 43Artikel 62, tweede lid, van Boek 3 wordt een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing…
- Artikel 44Artikel 81, derde lid, van Boek 3 geldt mede ten aanzien van beperkte rechten die vóór het in werking treden van de wet…
- Artikel 45Is vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet een goed ter uitvoering van een voorwaardelijke verbintenis…
- Artikel 46Op de rechtsverhouding tussen degene die op het tijdstip van het in werking treden van de wet nog voor een bepaalde…
- Artikel 47Artikel 86, derde lid, van Boek 3 geldt gedurende een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet niet…
- Artikel 48Levering van een recht als bedoeld in artikel 662, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat vóór het tijdstip…
- Artikel 49Artikel 104 van Boek 3 is mede van toepassing ten aanzien van een niet in het tevoren geldende artikel 1982 van het…
- Artikel 50Artikel 105 van Boek 3 wordt op het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing met betrekking tot…
- Artikel 51Indien een rechthebbende op het tijdstip van het in werking treden van de wet van zijn beperkte recht geen gebruik…
- Artikel 52Artikel 122 van Boek 3 vindt mede toepassing met betrekking tot de vergoedingen welke de rechthebbende krachtens het…
- Artikel 53Artikel 177, derde lid, van Boek 3 geldt niet voor een recht van pand of hypotheek dat vóór het in werking treden van…
- Artikel 54Van het tijdstip van haar in werking treden af is de wet van toepassing op de handelingen met betrekking tot de…
- Artikel 55Van het tijdstip van het in werking treden der wet af is artikel 181 van Boek 3 van toepassing op een onzijdig persoon…
- Artikel 56Artikel 194, tweede lid, van Boek 3 is niet van toepassing op een in artikel 189, tweede lid, van dat Boek bedoelde…
- Artikel 57De hoofdgerechtigde op goederen waarop ten tijde van het in werking treden van titel 8 van Boek 3 een vruchtgebruik…
- Artikel 58Artikel 784 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tot het in werking treden van de wet gold, blijft van toepassing met…
- Artikel 59Artikel 221 van Boek 3 is van toepassing op een vruchtgebruik dat op het tijdstip van het in werking treden van de wet…
- Artikel 60Artikel 238, derde lid, van Boek 3 geldt gedurende een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet niet…
- Artikel 61Artikel 248, eerste en derde lid, van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing op verzuim van een pandgever die niet…
- Artikel 62De artikelen 249 tot en met 252 van Boek 3 zijn niet van toepassing op de uitwinning van een pand, indien vóór het…
- Artikel 63Artikel 1185, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tot aan het tijdstip van het in werking treden van de…
- Artikel 64De houders van certificaten als bedoeld in artikel 259 van Boek 3, welke op het tijdstip van het in werking treden van…
- Artikel 65Indien op het tijdstip van het in werking treden van de wet sinds de overschrijving in de openbare registers van een…
- Artikel 66Artikel 1209 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet gold, blijft…
- Artikel 67Artikel 266 van Boek 3 is gedurende een termijn van drie jaren na het in werking treden van de wet niet van toepassing…
- Artikel 68Indien een hypotheekhouder vóór het tijdstip van het in werking treden van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke…
- Artikel 69Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing met betrekking tot een vordering tot vergoeding die op het tijdstip van…
- Artikel 70Afschaffing van voorrechten op bepaalde goederen door het in werking treden van de wet heeft geen gevolg voor een…
- Artikel 71De wet bepaalt van haar in werking treden af, of een retentierecht bestaat en welke gevolgen dat recht heeft.
- Artikel 72De artikelen 316 tot en met 318 van Boek 3 zijn van toepassing, indien de handelingen die volgens die bepalingen…
- Artikel 73In afwijking van artikel 8 van deze wet worden aanvang en duur van een verjaringstermijn door de wet bepaald in de…
- Artikel 74Van het tijdstip van het in werking treden der wet af vindt artikel 323, eerste en tweede lid, van Boek 3 toepassing…
- Artikel 75Vanaf een jaar na het tijdstip van het in werking treden der wet gelden de artikelen 324 en 325 van Boek 3 mede, indien…
- Artikel 76Artikel 1992 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tevoren gold, blijft van toepassing indien na het in werking treden…
Titel 5 Overgangsbepalingen in verband met Boek 5
- Artikel 100Van het tijdstip van het in werking treden der wet af geldt een voordien gevestigde grondrente als een beperkt recht…
- Artikel 101De artikelen 5 tot en met 12 van Boek 5 gelden van het tijdstip van het in werking treden van de wet af met betrekking…
- Artikel 102De verplichting genoemd in artikel 13, derde lid, van Boek 5 geldt niet, indien de schat meer dan een jaar vóór het in…
- Artikel 103Op het tijdstip van het in werking treden van de wet verliest degene die totdien eigenaar van een dier was, de eigendom…
- Artikel 104Van het tijdstip van het in werking treden van de wet af is degene die tot dien eigenaar van een water was, eigenaar…
- Artikel 105Onroerende zaken die op grond van het tevoren geldende artikel 572 van het Burgerlijk Wetboek aan het land toebehoren…
- Artikel 106Uitbreiding van de territoriale zee na het in werking treden van de wet heeft niet tot gevolg dat de eigendom van haar…
- Artikel 107Van drie jaren na het tijdstip van het in werking treden van de wet af bepalen de artikelen 29 en 34 van Boek 5 wie…
- Artikel 108De eigenaar van een erf is, tenzij een beperkt recht iets anders meebrengt, verplicht op vordering van een nabuur de…
- Artikel 109Het in werking treden van de wet brengt geen wijziging in de rechten, bevoegdheden en verplichtingen met betrekking tot…
- Artikel 110Bij het in werking treden van de wet bestaat mandeligheid, indien alsdan reeds is voldaan aan de vereisten die artikel…
- Artikel 111Indien vóór het in werking treden van de wet een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving is ontstaan, kan dit…
- Artikel 112Een erfdienstbaarheid die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestond, kan niet uit hoofde van…
- Artikel 113Indien een erf vóór het in werking treden van de wet aan twee of meer personen, hetzij als deelgenoten, hetzij als…
- Artikel 114Op een erfpacht, aangevangen vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet, blijft, onverminderd het bepaalde…
- Artikel 115Een erfpachter kan een erfpacht die op het tijdstip van het in werking treden van de wet bestaat, slechts opzeggen voor…
- Artikel 116Indien een erfpacht vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet aan twee of meer personen, hetzij als…
- Artikel 117Een erfpacht die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestond, kan niet uit hoofde van artikel…
- Artikel 118Artikel 99 van Boek 5 is niet van toepassing op een erfpacht die ten tijde van het in werking treden van de wet bestaat.
- Artikel 119De artikelen 114 tot en met 117 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op een recht van opstal in dezelfde…
- Artikel 120Bevat het reglement als bedoeld in het tevoren geldende artikel 634g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek niet een…
- Artikel 120aVoorzover de bepalingen van een akte van splitsing in appartementen op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel…
Titel 6 Overgangsbepalingen in verband met Boek 6
- Artikel 121De omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare bij een uiterste wilsbeschikking is niet aan…
- Artikel 122De artikelen 10 tot en met 13 van Boek 6 blijven buiten toepassing, indien vóór het in werking treden van de wet een…
- Artikel 123Is een prestatie die aan twee of meer schuldeisers is verschuldigd, vóór het tijdstip van het in werking treden van de…
- Artikel 124Het in werking treden van de wet doet de vorderingen bedoeld in de artikelen 33, 36 en 42 van Boek 6 ontstaan, indien…
- Artikel 125Artikel 41, aanhef en onderdeel b, van Boek 6 geldt niet voor verbintenissen tot aflevering van een naar de soort…
- Artikel 126Artikel 50, eerste lid, van Boek 6 geldt niet, indien vóór het in werking treden van de wet niet meer dan twee…
- Artikel 127Op een aanbod van gerede betaling en een daarop volgende consignatie of bewaargeving, verricht vóór het in werking…
- Artikel 128Indien een schuldenaar vóór het in werking treden van de wet in de nakoming van zijn verbintenis is tekortgeschoten, is…
- Artikel 129Artikel 80 van Boek 6 is niet van toepassing, indien de in het eerste lid daarvan, onder a, b of c, omschreven…
- Artikel 130Artikel 83 van Boek 6 is niet van toepassing op het verstrijken van een termijn als bedoeld onder a van dat artikel…
- Artikel 131Artikel 130 van Boek 6 geldt niet met betrekking tot een vordering die vóór het tijdstip van in werking treden van de…
- Artikel 132Tenzij uit de tussen partijen bestaande rechtsverhouding anders voortvloeit, worden de geldvorderingen en geldschulden…
- Artikel 133De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel ter zake van een vordering en haar nevenrechten komt…
- Artikel 134Het tevoren geldende artikel 1419, aanhef en onder 2°, van het Burgerlijk Wetboek is ook na het in werking treden van…
- Artikel 135De artikelen 151, tweede lid, en 152 van Boek 6 zijn niet van toepassing op een subrogatie na het in werking treden van…
- Artikel 136Indien vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet een rechtshandeling onder ontbindende voorwaarde is…
- Artikel 137Op de aansprakelijkheid van producenten als bedoeld in artikel 187 van Boek 6 van vóór het in werking treden dezer wet…
- Artikel 138Het bepaalde in de artikelen 232 en 233, aanhef en onder b, van Boek 6 geldt niet voor algemene voorwaarden die vóór…
- Artikel 139Artikel 41, eerste lid, van deze wet geldt niet voor een beding als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 dat op het…
- Artikel 140De artikelen 253, tweede lid, en 254 tot en met 256 van Boek 6 gelden niet voor een beding ten behoeve van een derde…
- Artikel 141Van het tijdstip van het in werking treden van de wet af is artikel 257 van Boek 6 van toepassing op een ondergeschikte…
- Artikel 142In geval van een vordering tot wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 258 van Boek 6 houdt…
Titel 7 Overgangsbepalingen in verband met Boek 7
- Artikel 143Op overeenkomsten van koop en ruil die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gesloten, wordt…
- Artikel 144De artikelen 48a tot en met 48e en 48g van Boek 7 zijn niet van toepassing op overeenkomsten die vóór het tijdstip van…
- Artikel 155Artikel 407, tweede lid, van Boek 7 is niet van toepassing op een overeenkomst van opdracht die vóór het in werking…
- Artikel 156Titel 7, afdeling 4, van Boek 7 wordt twee jaren na het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing op…
- Artikel 157De bepalingen van titel 7A van Boek 7 worden op reisovereenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van…
- Artikel 167Titel 14, afdelingen 1 en 2, van Boek 7 zijn niet van toepassing op een borgtocht die ten tijde van het in werking…
- Artikel 168Artikel 904, eerste lid, van Boek 7 is niet van toepassing op een beslissing die vóór zijn in werking treden is tot…
Titel 8 Overgangsbepalingen in verband met Boek 8
- Artikel 170Op zaken die als gevolg van het in werking treden van de artikelen 1, 2 of 3a van Boek 8 schip, zeeschip…
- Artikel 171Verhindert artikel 3, aanhef en onder a, van deze wet dat een voortbewegingswerktuig of machinerie op het tijdstip van…
- Artikel 172Op de overeenkomsten van vervoer en die tot het doen vervoeren van goederen, alsmede andere overeenkomsten tot het ter…
- Artikel 173Titel 3, afdeling 1, van Boek 8 is gedurende drie maanden na het tijdstip van haar in werking treden niet van…
- Artikel 174Op een aanvaring welke heeft plaats gehad vóór het in werking treden van titel 6, afdeling 1, van Boek 8 zijn de…
- Artikel 174aDe wet tot wijziging van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES en de Wet bestrijding…
- Artikel 175Op een hulpverlening die vóór het in werking treden van titel 6, afdeling 2, van Boek 8 is aangevangen, zijn de…
- Artikel 176Op aansprakelijkheid die voortvloeit uit een voorval dat vóór het in werking treden van titel 7 van Boek 8 heeft…
- Artikel 177[vervallen]
- Artikel 178Op de verjaring en het verval van een rechtsvordering waarvan de termijn werd geregeld door het Wetboek van Koophandel…
Titel 9 Slotbepaling
- Artikel 179Deze wet wordt aangehaald als:
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.