Overeenkomst van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica

Huidige tekst

Artikel VII Overeenkomst van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica

Geldt sinds 9 december 1958

Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zal kunnen eisen, dat goederen ingevoerd uit het gebied van de andere Partij vergezeld gaan van: a) Certificaten van oorsprong of van commerciële of consulaire facturen of beide soort documenten, van een visum voorzien door de consulaire autoriteit van het betreffende land van invoer. b) De certificaten van gezondheid, vereist door de internationale wetgevingen en door de nationale wetgevingen welke in het land van invoer van kracht zijn. De kosten berekend voor de consulaire werkzaamheden zullen in redelijke verhouding staan tot de verrichte formaliteiten en niet het karakter krijgen van een heffing op in- of uitvoeren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.