Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling der wederkerige uitlevering van misdadigers

Huidige tekst

Artikel 10 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling der wederkerige uitlevering van misdadigers

Geldt sinds 25 november 1927

De vreemdeling, die krachtens de bepalingen van het voorgaand artikel voorloopig is aangehouden, zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in België in vrijheid worden gesteld, indien hij niet binnen vijftien dagen na zijne voorloopige aanhouding mededeeling ontvangt van een der bescheiden in artikel 7 vermeld, in Nederland, indien binnen denzelfden termijn, te rekenen van de dagteekening van het bevel van voorloopige aanhouding, de aanvrage tot uitlevering niet langs diplomatieken weg geschied is, onder overlegging der bescheiden bij het tegenwoordig verdrag voorgeschreven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.