Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen

Huidige tekst

Artikel 33 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen

Geldt sinds 1 april 1983

§ 1 De wegen en dreven welker middenpunt de grenslijn daarstelt, zijn gemeen verklaard, zonder dat daardoor inbreuk zoude kunnen gemaakt worden op de regten van eigendom der bijzondere personen aan welke deze gemeen verklaarde wegen of dreven mogten toebehooren. Geen der beide Staten kan, op deze wegen of dreven eenige daad van souvereiniteit uitoefenen, ten ware voor zoo ver zulks noodig mogt wezen om wanbedrijven en misdaden voor te komen of te stuiten, tegen de openbare veiligheid begaan, of feiten welke de vrijheid of zekerheid van derzelver gebruik zouden kunnen benadeelen. Het nederleggen van koopwaren op die wegen en dreven, op welke wijze dit ook geschiede, wordt beschouwd als overtreding tegen den vrijen doorgang. Deze laatste bepaling is echter niet toepasselijk op het tijdelijk stilstaan voor de aan de wegen of dreven gelegene woonhuizen, van doortrekkende wagens (rijtuigen), of van wagens beladen met voortbrengselen van den grond of voorwerpen die tot voorraad voor gemelde woningen bestemd zijn, mits deze laatste in den loop van den dag ontladen worden. De beide gouvernementen zullen voor het goede onderhoud dier wegen en dreven zorg dragen. § 2 De inwoners der beide landen, die in het geval zijn van het vreemde grondgebied te moeten overgaan, ter bearbeiding van de eigendommen in de nabijheid van de grenzen gelegen, kunnen vrijelijk gebruik maken van de wegen en paden die de grensscheiding daarstellen en waarvan de Souvereiniteit aan eenen van beide Staten is toegewezen, zonder zich echter te kunnen onttrekken aan het onderzoek der ambtenaren van de in- en uitgaande regten of, van anderen die wettelijk belast zijn om, wederzijds, op eigen grondgebied voorvallende sluikerijen te bewijzen. Het is wel te verstaan dat, door de bovengemelde bedingen, de vrije overgang bij de artikelen 29 en 30 bedoeld, geenszins wordt beperkt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.