Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957

Huidige tekst

Artikel VII Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957

Bij artikel 14 van het Verdrag

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    De voorwaardelijke veroordeling of invrijheidstelling zonder oplegging van een maatregel die de bewegingsvrijheid van de uitgeleverde persoon beperkt staat gelijk met zijn definitieve invrijheidstelling.

  2. 2

    De aangezochte Staat kan geen aanspraak maken op de inachtneming van de in artikel 14 van het Verdrag vervatte beperkingen wanneer de opgeëiste persoon ten overstaan van een rechter en nadat hij over de rechtsgevolgen is onderricht, verklaart in te stemmen met strafvervolging of tenuitvoerlegging van straf in hun volle omvang. Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt.

  3. 3

    Deze verklaring kan ook nog nadat de uitlevering heeft plaatsgevonden, worden afgelegd. In dat geval moet aan de aangezochte Staat een gewaarmerkt afschrift van de verklaring worden toegezonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.