Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959

Huidige tekst

Artikel VII Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959

Bij de artikelen 11 en 12 van het Verdrag

Geldt sinds 1 april 2002

1) De aangezochte Staat kan toestaan dat een persoon die op het grondgebied van de verzoekende Staat van zijn vrijheid is beroofd aanwezig is bij een behandeling ter uitvoering van het verzoek om rechtshulp. In dat geval houden de bevoegde autoriteiten van die Staat de betrokkene voor de duur van diens verblijf op zijn grondgebied in hechtenis. Onmiddellijk nadat de handeling ter uitvoering van het verzoek om rechtshulp is verricht wordt de betrokkene, ongeacht zijn nationaliteit, teruggebracht naar de verzoekende Staat, tenzij deze te kennen geeft dat de betrokkene in vrijheid dient te worden gesteld. Een en ander is van overeenkomstige toepassing op de doortocht van een dergelijke gedetineerde door het grondgebied van een van beide Staten. 2) In de gevallen van het eerste lid is artikel 12 van het Verdrag van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.