Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Raad van Bestuur ingesteld bij het Statuut van de Europese School, betreffende het functioneren van de Europese School in Nederland

Huidige tekst

Artikel II Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Raad van Bestuur ingesteld bij het Statuut van de Europese School, betreffende het functioneren van de Europese School in Nederland

Geldt sinds 14 oktober 1970

(1) Kinderen van Nederlandse nationaliteit wier ouders of pleegouders niet op enigerlei wijze aan een instelling in Nederland van een der Europese Gemeenschappen of aan de School zelve zijn verbonden, zijn niet gerechtigd tot het volgen van onderwijs aan de School, tenzij de Nederlandse Minister van Onderwijs en Wetenschappen in een bijzonder geval anders heeft bepaald. (2) Kinderen van Nederlandse nationaliteit wier ouders of pleegouders zijn verbonden aan een vestiging in Nederland van een intergouvernementele organisatie of instelling, een privaatrechtelijk orgaan of privaatrechtelijke instelling, waarmede de Raad van Bestuur een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 4 of 5 van het Protocol nopens de oprichting van Europese Scholen zou sluiten, zijn gerechtigd tot het volgen van onderwijs aan de School, tenzij in de betreffende overeenkomst anders wordt bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.