Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen

Huidige tekst

Artikel 4 Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen

Geldt sinds 11 juli 1984

  1. 1

    Het onderzoek en gebruik van de maan gaan de gehele mensheid aan en vinden plaats ten voordele en in het belang van alle landen, ongeacht de mate van hun economische of wetenschappelijke ontwikkeling. Er wordt naar behoren aandacht geschonken aan de belangen van de huidige en de toekomstige generaties, alsmede aan de noodzaak tot bevordering van een hogere levensstandaard en verbetering van de voorwaarden voor economische en sociale vooruitgang en ontwikkeling overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties.

  2. 2

    De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, laten zich leiden door het beginsel van samenwerking en onderlinge bijstand bij al hun activiteiten betreffende het onderzoek en gebruik van de maan. Internationale samenwerking ingevolge deze Overeenkomst dient zo ruim mogelijk te zijn en kan plaatsvinden op multilaterale basis, op bilaterale basis of door middel van internationale intergouvernementele organisaties.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.