Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa

Huidige tekst

Artikel 25 Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa

Geldt sinds 1 juni 1994

  1. 1

    Iedere Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren zich het recht voor te behouden zich niet of slechts gedeeltelijk te houden aan het bepaalde in artikel 4, de letters c en d. Een ander voorbehoud is niet toegestaan.

  2. 2

    Iedere Overeenkomstsluitende Staat die een voorbehoud heeft gemaakt krachtens het vorige lid, kan dit geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

  3. 3

    De Partij die een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid hierboven, kan geen aanspraak maken op de toepassing van dit bepaalde door een andere Partij; indien het gemaakte voorbehoud gedeeltelijk of voorwaardelijk is, kan zij evenwel op de toepassing van dit bepaalde aanspraak maken voor zover zij dit voorbehoud zelf heeft aanvaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.