Overeenkomst inzake de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken

Huidige tekst

Artikel 10 Overeenkomst inzake de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken

Geldt sinds 20 juni 1967

a) De stagiaires die gebruik wensen te maken van de bepalingen van deze Overeenkomst dienen, voor zover het Nederlandse onderdanen betreft, een hiertoe strekkend verzoek te richten tot het Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening van het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid te 's-Gravenhage; de Deense onderdanen dienen zich te wenden tot de Algemene Directie voor Arbeidszaken te Kopenhagen. b) In hun verzoek dienen de stagiaires alle noodzakelijke inlichtingen te verstrekken en in het bijzonder de naam en het adres van de werkgever te vermelden. c) De stagiaires dienen bij de in hun land met de in ontvangstneming van de aanvragen belaste instantie de volgende stukken over te leggen: 1) een bewijs van goed gedrag; 2) eventueel een werkgeversverklaring; 3) een verklaring van de belanghebbende waaruit blijkt dat hij zich ertoe verplicht te vertrekken na beëindiging van zijn stage. d) De bedoelde instantie dient na te gaan, rekening houdend met het overeengekomen jaarlijkse quotum, of de aanvraag kan worden doorgezonden aan de overeenkomstige instantie van de andere Staat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.