Overeenkomst inzake culturele samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië

Huidige tekst

Artikel V Overeenkomst inzake culturele samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië

Geldt sinds 8 januari 1970

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen zal in haar land een commissie instellen, die tot taak zal hebben de regering voorstellen te doen met betrekking tot de verwezenlijking der doelstellingen van deze Overeenkomst. De leden van deze commissie zullen in elk land worden benoemd door de daartoe bevoegde ministers. Elke commissie vergadert steeds wanneer daartoe aanleiding bestaat en ten minste éénmaal per jaar. De diplomatieke vertegenwoordiger van de ene Overeenkomstsluitende Partij kan worden uitgenodigd deel te nemen aan de beraadslagingen van de commissie van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.