Huidige tekst
Artikel 3 Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020
Plaatsvervanging 1 Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur Toezicht en opsporing bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden. 2 Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. 3 Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. 4 Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider zijn de overige teamleiders van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. 5 Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal.