Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragen

Huidige tekst

Artikel 6 Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragen

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland treedt in overleg met de beleidsverantwoordelijke minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien naar zijn oordeel onvoldoende voortgang wordt gemaakt met de uitvoering van een implementatieplan, en een algemene maatregel van rijksbestuur of een rijkswet als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut, wordt overwogen. Het overleg is gericht op het alsnog uitvoeren van het implementatieplan binnen een redelijke termijn.

  2. 2

    De uitvoering van een implementatieplan vordert in elk geval onvoldoende, indien de daarin gestelde termijnen voor uitvoering zijn overschreden en er geen gemotiveerde aanpassing van het implementatieplan is toegezonden conform artikel 4.

  3. 3

    Alvorens een ontwerp van een algemene maatregel van rijksbestuur, of een rijkswet, als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut aan de raad van ministers van het Koninkrijk wordt voorgelegd, wordt het betreffende land door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland in de gelegenheid gesteld om terstond zelf de noodzakelijke implementatiemaatregelen te treffen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.