Huidige tekst
Artikel 4 Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tsjechische Republiek houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van diplomaten
4 Immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken Indien een gezinslid dat betaalde werkzaamheden verricht overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag wordt verdacht van het begaan van een strafbaar feit in het kader van die betaalde werkzaamheden, zijn de bepalingen inzake immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van het Verdrag inzake diplomatiek verkeer of het Verdrag inzake consulaire betrekkingen, dan wel enig ander toepasselijk verdrag, van toepassing, met inachtneming van de volgende bepalingen. a. In de hierboven bedoelde gevallen doet de zendstaat, indien de ontvangende staat daarom verzoekt, afstand van de immuniteit van het betrokken gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat, behoudens in bijzondere gevallen, wanneer genoemde zendstaat van oordeel is dat bedoelde afstand in strijd is met zijn belangen. b. Het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van strafrechtelijke procedures mag niet worden geacht mede betrekking te hebben op immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan; in dergelijke gevallen neemt de zendstaat het doen van afstand van laatstbedoelde immuniteit ernstig in overweging.