Notawisseling tussen de Nederlandse en de Franse Regering houdende een overeenkomst tot vergemakkelijking van het reizigersverkeer tussen beide landen

Huidige tekst

Artikel I Notawisseling tussen de Nederlandse en de Franse Regering houdende een overeenkomst tot vergemakkelijking van het reizigersverkeer tussen beide landen

Geldt sinds 17 maart 1958

  1. 1

    Ongeacht het land van hun verblijf kunnen Nederlanders Frankrijk (moederland) binnenkomen en verlaten over alle grenzen op vertoon van een der volgende documenten: - geldig of minder dan vijf jaar verlopen nationaal paspoort van het Koninkrijk der Nederlanden; - geldige toeristenkaart.

  2. 2

    De faciliteiten, voorzien in het vorige lid, gelden slechts voor verblijf van drie maanden of korter. Voor langer verblijf of voor het uitoefenen van op winst gerichte activiteit blijft het bezit van een geldig nationaal paspoort en van een visum vereist.

  3. 3

    Nederlanders blijven voor kort verblijf in Algerië en de Franse overzeese departementen onderworpen aan de verplichting tot bezit van paspoorten, zonder visa. Visa blijven noodzakelijk voor verblijf van meer dan drie maanden in Algerië en in de Franse overzeese departementen alsmede voor ieder verblijf in de Franse overzeese gebiedsdelen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.