Noodwet Arbeidsvoorziening

Huidige tekst

Artikel 31 Noodwet Arbeidsvoorziening

Geldt sinds 6 januari 2014

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Het Hoofd Arbeidsvoorziening kan een opgeroepen burgerdienstplichtige van de ingevolge de oproeping op hem rustende verplichtingen te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de burgerdienstplichtige of van de overeenkomstig artikel 24, tweede lid, aangewezen persoon, ontslaan. 2 Van een krachtens het eerste lid tot de burgerdienstplichtige gerichte beschikking wordt mededeling gedaan aan de overeenkomstig artikel 24, tweede lid, aangewezen persoon. 3 De burgerdienstplichtige is verplicht van de intrekking van de oproeping binnen driemaal vierentwintig uur mededeling te doen aan de in artikel 24, vijfde lid, bedoelde persoon, zo deze nog zijn werkgever is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.