Huidige tekst
Artikel 4 ECAA
Overgangsbepalingen 1 In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald: a. Tijdens de eerste overgangsperiode: i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in Kosovo en elke plaats in een EG-lidstaat; ii. is het UNMIK of ingezetenen van Kosovo niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK. b. Tijdens de tweede overgangsperiode: i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK de in lid 1, onder a), punt i, bedoelde verkeersrechten uitoefenen; ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in Kosovo en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet; iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Kosovo aandoet. 2 In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij’’ verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland. 3 De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van UNMIK en de Gemeenschap om, vanaf het einde van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin UNMIK of ingezetenen van Kosovo een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.