Terug naar alle wetten
Mijnbesluit BES
Geldende tekst van alle 279 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.
Inhoudsopgave
Titel I Algemeene bepalingen.
- Artikel 1In dit besluit wordt verstaan onder «Onze Minister»:
- Artikel 1aWaar in dit besluit zonder nadere aanduiding artikelen worden genoemd, worden artikelen van dit besluit zelf bedoeld.
- Artikel 1bDit besluit berust op artikel 1a, zesde lid, van de Mijnwet BES.
- Artikel 2In dit besluit wordt onder opsporing verstaan opzettelijk ingesteld onderzoek naar de in artikel 1a van de Mijnwet BES…
- Artikel 3In dit besluit wordt verstaan:
- Artikel 4Onverminderd hetgeen overigens dienaangaande in dit besluit in het bijzonder is bepaald, gelden de aan opspoorders…
- Artikel 5Waar in dit besluit gesproken wordt van «door Onze Minister» wordt daarmede ook bedoeld «vanwege Onze Minister».
Titel II Voorschriften tot uitvoering van art.1a, derde en zesde lid der Mijnwet BES.
Hoofdstuk I Over de vereischten waaraan aanvragers en houders van vergunning tot opsporing moeten voldoen.
- Artikel 6Behoudens het bepaalde bij het tweede lid van dit artikel moet elk schriftelijk verzoek om vergunning tot het doen van…
- Artikel 7De aanvrager van eene vergunning tot opsporing moet domicilie kiezen in de hoofdplaats van het eiland waarbinnen het…
- Artikel 8Vertegenwoordigers als bedoeld in het eerste lid van art.
- Artikel 9Ingeval van overlijden van den wettigen houder eener vergunning zijn diens rechtverkrijgenden, voor zoover zij reeds…
- Artikel 10Bij overlijden van den wettigen houder eener vergunning moeten zijne in Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde…
- Artikel 11Wanneer rechtverkrijgenden van een overleden wettigen houder eener vergunning, die niet voldoen aan de in art.
- Artikel 12Het verzoek om toestemming tot elke andere overdracht van eene vergunning dan bedoeld in art.11 moet eveneens, behalve…
- Artikel 13Van elke verandering in het bestuur – commissarissen daaronder begrepen – van naamlooze vennootschappen en besloten…
- Artikel 14Van elk optreden van een nieuwen vertegenwoordiger, als bedoeld in het eerste lid van art.5 der Mijnwet BES, moet…
- Artikel 15Bij de behandeling van een verzoek om vergunning en een verzoek om toestemming tot overdracht eener vergunning…
- Artikel 16In elk geval dat een persoon of een vennootschap, welke in verband met het verkrijgen van eene vergunning tot opsporing…
- Artikel 17In elk geval dat de houder eener vergunning naar het oordeel van Onze Minister heeft opgehouden aan de in art.5 der…
Hoofdstuk II Over de vereischten waaraan de houders van het recht op concessie en van concessiën tot ontginning moeten voldoen
- Artikel 18Behoudens het bepaalde bij het derde lid van dit artikel moet het verzoekschrift waarbij aanspraken op eene concessie…
- Artikel 19In geval van overlijden van den wettigen houder van het recht op eene concessie zijn diens rechtverkrijgenden, voor…
- Artikel 20Het bepaalde bij art.19 geldt eveneens in geval van overlijden van den wettigen houder van eene concessie voor diens…
- Artikel 21Afgescheiden van het bepaalde bij de artt.
- Artikel 22Het bepaalde bij art.8 geldt eveneens voor de aanstelling van vertegenwoordigers – ook tijdelijk vervangende en…
- Artikel 23Bij overlijden van den wettigen houder van het recht op eene concessie of van eene concessie moeten zijne in Bonaire…
- Artikel 24Van elke verandering in het bestuur – commissarissen daaronder begrepen – van naamloze vennootschappen en besloten…
- Artikel 25Van elk optreden van een nieuwen vertegenwoordiger, als bedoeld in het eerste lid van art.
- Artikel 26Bij de behandeling van een aanvrage om concessie en van een verzoek om goedkeuring tot overdracht van het recht op…
- Artikel 27In elk geval dat een persoon of een vennootschap, welke in verband met het verkrijgen van het recht op concessie of van…
Hoofdstuk III Over de vergunningen tot opsporing.
- Artikel 28Recht tot opsporing wordt verkregen door schriftelijke vergunning.
- Artikel 29Verzoeken om vergunning kunnen ook worden gedaan door een door den aanvrager daartoe bij authentieke of onderhandsche…
- Artikel 30Elk schriftelijk verzoek om vergunning mag slechts betrekking hebben op één aaneengesloten terrein dat een samenhangend…
- Artikel 31Het aangeven van de grensomschrijving der aangevraagde terreinen in de verzoekschriften om vergunning moet zoo…
- Artikel 32Verzoeken om vergunning welke niet dadelijk bij de indiening geheel aan alle gestelde vereischten voldoen, worden op…
- Artikel 33Verschillende met dezelfde postbestelling of op andere wijze gelijktijdig door Onze Minister ontvangen aanvragen voor…
- Artikel 34Nadat Onze Minister een verzoek om vergunning met de daarop betrekkelijke stukken heeft ontvangen en nadat…
- Artikel 35Eene vergunning tot het doen van mijnbouwkundige opsporing wordt slechts verleend aan één persoon of ééne vennootschap.
- Artikel 36Aanvragen om vergunning ingediend voor terreinen, binnen welke aan anderen vergunning tot het doen van opsporingen is…
- Artikel 37Bij overlijden van een aanvrager vervalt zijne aanvrage;
- Artikel 38De beschikking waarbij vergunning verleend wordt moet behelzen:
- Artikel 39Wanneer de juiste oppervlakte van een onderzoekingsterrein niet met de zekerheid kan worden berekend, kan worden…
- Artikel 40Van de beschikking waarbij vergunning verleend is, wordt zoo spoedig mogelijk een authentiek en volledig afschrift…
- Artikel 41Ingeval het in het eerste lid van art.40 bedoeld afschrift van de vergunningsbeschikking wegens het onbekend zijn van…
- Artikel 42Wanneer eene vergunning is verleend aan een aanvrager die op het tijdstip der verleening reeds was overleden, terwijl…
- Artikel 43De beschikking van Onze Minister waarbij een verzoek om vergunning wordt afgewezen, moet de gronden vermelden waarop de…
- Artikel 44Onze Minister is bevoegd naar aanleiding van nader verkregen gegevens nopens de grenzen en de oppervlakte van het…
- Artikel 45Met de opsporing moet binnen den tijd van één jaar na den datum, waarop de vergunning verleend is, een aanvang zijn…
- Artikel 46Indien door Onze Minister wordt beslist, dat niet tijdig met de opsporing een aanvang is gemaakt of, indien geen…
- Artikel 47Het schriftelijk verzoek om verlening van eene vergunning moet door den houder of zijn vertegenwoordiger in twee…
- Artikel 48Het verzoek om verlenging wordt afgewezen indien niet is aangetoond, dat de houder der vergunning diligent is geweest.
- Artikel 49Bij het verzoek om verlenging voor de tweede maal moet worden overgelegd een verslag betreffende de werkzaamheden en…
- Artikel 50De ingevolge de artt.48 en 49 ingediende verslagen worden niet aan de houders der vergunning teruggezonden, maar…
- Artikel 51Op de beschikkingen houdende verlenging van den vergunningstermijn is van toepassing het bepaalde bij art.40.
- Artikel 52De beschikking waarbij een verzoek om verlenging van den vergunningstermijn wordt afgewezen, moet de gronden vermelden…
- Artikel 53Wanneer een vergunning door tijdsverloop is vervallen of is ingetrokken, mag aan hen die houders dier vergunning zijn…
- Artikel 54De vergunning tot het doen van mijnbouwkundige opsporingen mag niet anders worden overgedragen dan krachtens verkregen…
- Artikel 55Het verzoek om toestemming tot overdracht moet vergezeld gaan van de c.q.
- Artikel 56De vergunning tot opsporing kan slechts op één persoon of ééne vennootschap worden overgedragen.
- Artikel 57Op de beschikkingen waarbij toestemming tot overdracht van vergunningen is verleend, is van toepassing het bepaalde bij…
- Artikel 58De houder, die de vergunning heeft overgedragen, is verplicht nadat de toestemming tot overdracht is verleend het hem…
- Artikel 59De beschikking waarbij een verzoek om toestemming tot overdracht van eene vergunning is afgewezen, moet de gronden…
- Artikel 60De vergunning wordt ingetrokken:
- Artikel 61De intrekking eener vergunning tot opsporing geschiedt door Onze Minister.
- Artikel 62Tot de intrekking eener vergunning als bedoeld in art.60 eerste lid sub a wordt overgegaan zoodra ingevolge art.
- Artikel 63Behoudens het bepaalde bij het tweede lid van dit artikel wordt tot de intrekking op vordering van de rechthebbenden op…
- Artikel 64Van de beschikking waarbij een vergunning op vordering van rechthebbenden op den grond of van derde belanghebbenden is…
- Artikel 65Wanneer eene vergunning voor een gedeelte van het onderzoekingsterrein op verzoek van den houder wordt ingetrokken…
- Artikel 66De intrekking op verzoek van den houder eener vergunning gaat in zoodra hem de beschikking houdende intrekking is…
- Artikel 67[vervallen]
Hoofdstuk IV Over de concessiën.
Afdeeling 1e Concessie-aanvragen
- Artikel 68In dit besluit wordt onder «concessie-aanvraag» en «aanvrage om concessie» verstaan:
- Artikel 691 de aanspraken in het eerste lid van art.2 der Mijnwet BES bedoeld worden geldend gemaakt door een schriftelijk…
- Artikel 70Concessie-aanvragen kunnen ook worden gedaan door een door den aanvrager bij authentieke of onderhandsche akte…
- Artikel 71Verschillende met dezelfde postbestelling of op andere wijze gelijktijdig bij Onze Minister ingediende…
- Artikel 72Elke concessie-aanvraag mag slechts betrekking hebben op één aaneengesloten terrein, dat één samenhangend geheel vormt.
- Artikel 73De concessie-aanvraag moet bevatten:
- Artikel 74Elke concessie-aanvraag moet behalve van de in het eerste lid van art.
- Artikel 75Bij de plaatselijke opmeting van een aan te vragen concessieterrein, bedoeld in het eerste lid sub 2 van art.
- Artikel 76Concessieterreinen moeten zooveel mogelijk door rechte lijnen begrensd zijn.
- Artikel 77Eene concessie tot ontginning wordt slechts verleend aan één persoon of ééne vennootschap.
Afdeeling 2e Overdracht van het recht op concessie.
- Artikel 78Het schriftelijk verzoek om goedkeuring van een overdracht van het recht op concessie in zijn geheel, ingevolge het…
- Artikel 79Onze Minister beschikt op het verzoek met inachtneming van het bepaalde bij de artt.
Afdeeling 3e Behandeling van concessie-aanvragen.
- Artikel 80Is Onze Minister van oordeel dat een concessie-aanvraag niet voldoet aan de in het eerste lid van art.
- Artikel 81Is Onze Minister van oordeel, dat een concessie-aanvraag niet voldoet aan de in het eerste lid van art.
- Artikel 82Is Onze Minister van oordeel dat, ofschoon de aanvrage aan de in het eerste lid van art.
- Artikel 83Voldoet de aanvrager niet aan de uitnoodiging om binnen den gestelden termijn hetzij aan de gerezen bezwaren tegemoet…
- Artikel 84Zoodra vaststaat, dat zoowel de aanvraag als de daarbij behoorende stukken voldoen aan alle gestelde vereischten, wordt…
- Artikel 85Ieder belanghebbende kan binnen den tijd van drie maanden nadat een aanvrage om concessie is bekend gemaakt, voor zijne…
Afdeeling 4e Het verleenen van concessiën
- Artikel 86Concessiën worden slechts verleend voor de winning van zoodanige delfstoffen, waarvan ten genoegen van Onze Minister…
- Artikel 87Concessiën worden niet verleend voor ontginning in streken of terreinen, waar die, naar het oordeel van Onze Minister…
- Artikel 88Na de indiening van het bij art.
- Artikel 89Op elke concessie-aanvraag wordt door Onze Minister afzonderlijk beschikt, met gelijktijdige beslissing omtrent de…
- Artikel 90De beschikking waarbij de concessie verleend wordt, moet behelzen:
- Artikel 91De beschikking waarbij concessie verleend wordt vormt met het daarin gestelde voorwaarden de akte van concessie.
- Artikel 92Elke concessie-beschikking wordt in de Staatscourant volledig openbaar gemaakt.
Afdeeling 5e Afwijzing van concessie-aanvragen.
- Artikel 93De beschikking van Onze Minister, waarbij een aanvrage om concessie wordt afgewezen, moet de gronden vermelden waarop…
- Artikel 94Op aanvragen van concessiën wordt afwijzend beschikt:
- Artikel 95Indien eene concessie-aanvraag, welke was ingediend op grond van eene ontdekking van den wettigen houder eener…
Afdeeling 6e Gemengde bepalingen betreffende verleende concessiën.
- Artikel 96De concessie gaat in met den datum van de beschikking waarbij zij is verleend.
- Artikel 97Bij verschil van opvatting omtrent het beloop der grenzen van een concessieterrein beslist Onze Minister.
- Artikel 98Onze Minister is bevoegd om, zooveel mogelijk met inachtneming van de belangen van den concessionaris, hetzij in…
- Artikel 99Nòch de concessionarissen nòch de hypothecaire of andere schuldeischers ontleenen tegenover de rijksoverheid aan…
Hoofdstuk V Splitsing van concessieterreinen, verwisseling van gedeelten van aangrenzende concessieterreinen, vereeniging van aan elkander grenzende concessieterreinen en gedeeltelijke intrekking van concessiën.
Afdeeling 1e Splitsing, verwisseling en vereeniging
- Artikel 100De splitsing van een concessieterrein in op zich zelf staande gedeelten, het verwisselen van een gedeelte van een…
- Artikel 101Splitsing van concessieterreinen, verwisseling van gedeelten van aangrenzende concessieterreinen en vereeniging van aan…
- Artikel 102Splitsing van een concessieterrein en verwisseling van gedeelten van aangrenzende concessieterreinen worden slechts…
- Artikel 103Het verzoekschrift waarbij splitsing van een concessieterrein in op zich zelf staande gedeelten wordt gevraagd, moet…
- Artikel 104Het verzoek om splitsing van een concessieterrein in op zich zelf staande gedeelten met bekendstelling van de wijze…
- Artikel 105De krachtens art. 184 bevoorrechte schuldeischers zijn bevoegd binnen een termijn van drie maanden na de eerste van de…
- Artikel 106Op een verzoek om splitsing van een concessieterrein wordt door Onze Minister niet beschikt dan nadat tenminste ééne…
- Artikel 107Op een verzoek om splitsing van een concessieterrein in op zich zelf staande gedeelten, dat aan de in de artt.
- Artikel 108Indien op een verzoek om splitsing van een concessieterrein in op zich zelf staande gedeelten gunstig wordt…
- Artikel 109Op de beschikkingen waarbij in geval van splitsing van een concessieterrein nieuwe concessiën worden verleend, is van…
- Artikel 110Het op grond van de in geval van splitsing verleende nieuwe concessiën verworven recht, wordt tegenover derden eerst…
- Artikel 111Binnen den tijd van één jaar na den datum der beschikkingen, waarbij in geval van splitsing nieuwe concessiën zijn…
- Artikel 112Op verzoeken betreffende het verwisselen van een gedeelte van een concessieterrein met dat van een aangrenzend…
Afdeeling 2e Gedeeltelijke intrekking
- Artikel 113Het schriftelijk verzoek van een concessionaris om gedeeltelijke intrekking zijner concessie moet worden gericht aan…
- Artikel 114Gedeeltelijke intrekking eener concessie kan niet plaats hebben alvorens de concessie overeenkomstig het bepaalde bij…
- Artikel 115Het verzoekschrift waarbij gedeeltelijke intrekking eener concessie wordt gevraagd, moet behelzen:
- Artikel 116Het verzoek om gedeeltelijke intrekking eener concessie moet door den concessionaris op zijne kosten driemalen, telkens…
- Artikel 117De krachtens art. 184 bevoorrechte schuldeischers zijn bevoegd binnen een termijn van drie maanden na de eerste van de…
- Artikel 118Op een verzoek om gedeeltelijke intrekking eener concessie wordt door Onze Minister niet beschikt dan nadat tenminste…
- Artikel 119Op een verzoek om gedeeltelijke intrekking van eene concessie, dat aan de in de artt.
- Artikel 120Indien op een verzoek om gedeeltelijke intrekking van een concessie gunstig wordt beschikt, verleent Onze Minister voor…
- Artikel 121Op de beschikking waarbij in geval van gedeeltelijke intrekking eene nieuwe concessie wordt verleend, is van toepassing…
- Artikel 122Het op grond van de in geval van gedeeltelijke intrekking verleende nieuwe concessie verworven recht wordt tegenover…
- Artikel 123Binnen den tijd van één jaar na den datum van de beschikking waarbij in geval van gedeeltelijke intrekking eener…
Hoofdstuk VI Het verleenen van concessiën na openbare mededinging.
- Artikel 124Indien eene naar het oordeel van Onze Minister voor ontginning in aanmerking komende delftstofafzetting ontdekt is ten…
- Artikel 125Art. 124 is toepasselijk op naar het oordeel van Onze Minister voor ontginning in aanmerking komende…
- Artikel 126De beschikking, waarbij krachtens art 124 door Onze Minister het terrein wordt aangewezen binnen hetwelk geen concessie…
- Artikel 127In geval van openbare mededinging wordt de concessie toegewezen aan hem die het hoogste bedrag in geld aanbiedt, mits…
- Artikel 128Indien naar het oordeel van Onze Minister eene niet tengevolge van een van rijksoverheidswege ingesteld onderzoek…
- Artikel 129In een terrein as bedoeld in de artt.
- Artikel 130De beschikking, waarbij door Onze Minister de gelegenheid wordt opengesteld om na openbare mededinging concessie te…
- Artikel 131De mededinging op den voet van het eerste lid van art.
- Artikel 132Niet geldig zijn inschrijvingsbiljetten van personen of vennootschappen, die ingevolge art.
- Artikel 133Hij aan wien de concessie is toegewezen is verplicht:
- Artikel 134Nadat binnen de gestelde termijnen aan het bepaalde bij art.
Hoofdstuk VII Over de uitgestrektheid, waarvoor vergunningen tot opsporing en concessiën tot ontginning kunnen worden erlangd.
- Artikel 135De vergunning tot opsporing word verleend voor een veld, dat zich binnen de verticale projectie van het terrein…
- Artikel 136Elk tot het doen van opsporingen aan te vragen terrein mag behoudens het bepaalde bij het tweede lid van dit artikel…
- Artikel 137Concessiën tot ontginning wordt verleend voor een mijnveld, dat zich binnen de verticale projectie van het in de…
- Artikel 138Behoudens het bepaalde bij art.
- Artikel 139Indien, in het belang van eene doelmatige begrenzing of van eene behoorlijke ontginning zulks door Onze Minister noodig…
- Artikel 140De uitgestrektheid van concessieterreinen, ontstaan door verwisseling van gedeelten van aangrenzende terreinen of door…
Hoofdstuk VIII Over de voorwaarden, waaronder vergunning tot opsporing en concessiën tot ontginning kunnen worden erlangd.
Afdeeling Eerste Algemeene bepalingen.
- Artikel 141De voorwaarden welke aan de vergunning worden verbonden, moeten tot het strikt noodzakelijke worden beperkt en mogen in…
- Artikel 142Aan eene verlenging of bij de toestemming tot overdracht van de vergunning mogen geen nieuwe of gewijzigde voorwaarden…
- Artikel 143De voorwaarden welke in de concessie-beschikking worden gesteld moeten tot het strikt noodzakelijke worden beperkt.
- Artikel 144De voorwaarden, welke in de concessie-beschikking zijn gesteld, mogen nadat de concessie is verleend, niet worden…
Afdeeling 2e Over heffing van vast recht
- Artikel 145Het vast recht van vergunningen tot opsporing en van ontdekkers die na het verstrijken van den vergunningstermijn hunne…
- Artikel 146Het vast recht over het eerste vergunningsjaar moet uiterlijk binnen drie maanden, gerekend van den datum van…
- Artikel 147Ten aanzien van vergunningen, welke, hetzij op verzoek, hetzij ingevolge het bepaalde in het eerste lid sub a en b en…
- Artikel 148Wanneer eene vergunning voor een gedeelte van het opsporingsterrein op verzoek van den houder wordt ingetrokken, is het…
- Artikel 149Wordt de oppervlakte van een opsporingsterrein krachtens het bepaalde bij het eerste lid van art.
- Artikel 150De rijksoverheid heft van iedere vergunning tot opsporing en van elken ontdekker, die opsporingswerken voortzet…
- Artikel 151Van elken ontdekker, die opsporingswerken voortzet overeenkomstig art.
- Artikel 152Van elken ontdekker, die reeds houder is van eene concessie tot ontginning op het betrokken terrein van eene andere dan…
- Artikel 153Als belastingschuldige ten aanzien van het vast recht van vergunningen en ontdekkers is aan te merken hij die houder…
- Artikel 154Zoodra de houder eener vergunning langer dan drie maanden achterstallig is met de betaling van het door hem…
- Artikel 155Onze Minister verstrekt aan de betrokken ontvangers binnen acht dagen na ommekomst van elke maand, opgaven betreffende…
- Artikel 156De betrokken ontvangers verstrekken met het oog op het bepaalde bij art.
- Artikel 157In de quitantiën voor van vergunningen en door ontdekkers betaald vast recht moet behalve van de namen der…
- Artikel 158Het vast recht van concessiën wordt geheven over concessiejaren en voor iedere concessie afzonderlijk berekend naar de…
- Artikel 159Ingeval: a. een concessie-terrein in op zich zelf staande gedeelten wordt gesplitst, een gedeelte van een…
- Artikel 160Bij niet-voldoening van het vast recht vóór of op de in dit besluit voorgeschreven tijdstippen, verbeurt de…
- Artikel 161Als belastingschuldigen ten aanzien van het vast recht en als aansprakelijk voor de deswege verschuldigde boeten is aan…
Afdeeling 3de Het mijnrecht of de cijns
- Artikel 161aDe houder van een concessie is over de door hem gewonnen delfstoffen cijns verschuldigd.
- Artikel 161bNaast het vastrecht als bedoeld in de vorige afdeling van dit hoofdstuk is de houder van een concessie aan ’s Rijks kas…
- Artikel 161cOnder de waarde der gewonnen delfstoffen wordt voor de berekening van de cijns verstaan de handelswaarde dier…
- Artikel 161dIndien cijns verschuldigd is, wordt vóór het einde van elk kalenderjaar, voor het daarop volgende kalenderjaar, de…
- Artikel 161eDe concessiehouder is verplicht zijn boekhouding in te richten volgens door de Inspecteur, bedoeld in artikel 1.1…
- Artikel 161fTegen de vaststelling van de voorlopige of de definitieve handelswaarde kan binnen drie maanden na dagtekening van de…
- Artikel 161gGedurende vijf jaren na de dagtekening van de beschikking waarbij de handelswaarde definitief werd vastgesteld kan de…
- Artikel 161hIndien de concessiehouder opzettelijk geen of te weinig verschuldigde cijns betaalt is artikel 154 van overeenkomstige…
- Artikel 161iBij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen tot uitvoering van de artikelen 161A tot en met 161H worden…
Hoofdstuk IX Over de rechten en verplichtingen uit de vergunningen tot opsporing en de concessiën tot ontginning voortvloeiende
- Artikel 162De vergunning tot het doen van opsporingen geeft den houder, met uitsluiting van ieder ander, het recht om…
- Artikel 163De concessie geeft den concessionaris overeenkomstig de voorschriften dezer wet en op de in de akte van concessie…
- Artikel 164De concessionaris is verplicht tot volledige vergoeding van alle schade door de onderneming aan de rechthebbenden op of…
- Artikel 165Wanneer het noodig is, dat de werkzaamheden van naburige ontginningen in onderling verband worden verricht, en de…
- Artikel 166De aanspraak op schadeloosstelling, in de artt.
- Artikel 167De concessionaris is verplicht;
- Artikel 168De concessionaris is bevoegd om de plaatselijke leiding der ontginning en daarmede in verband staande werkzaamheden aan…
- Artikel 169Onder den aanleg binnen het mijnveld van werken,als bedoeld in art.
- Artikel 170De concessionaris is bevoegd om, buiten zijn concessieterrein hulpwerken aan te leggen.
- Artikel 171Over de door den concessionaris bij zijne ontginning gewonnen, niet in artikel 1a van de Mijnwet BES genoemde…
- Artikel 172Onder de kosten van voortbrenging bedoeld in art.
Hoofdstuk X Over de rechten en verplichtingen van de rechthebbenden op den grond en van derde belanghebbenden, voor het geval ten behoeve van opsporingen of ontginningen over den grond moet worden beschikt en van
Afdeeling Eerste Algemeene bepalingen
- Artikel 173De rechthebbenden op den grond en derde belanghebbenden zijn gehouden het doen van opsporingen in den grond te gedoogen:
- Artikel 174Opsporingen worden niet toegelaten:
- Artikel 175Opsporingen, die zich binnen het onderzoekingsveld uitstrekken tot een mijnveld waarvoor aan een ander concessie is…
- Artikel 176De beschikking waarbij Onze Minister, wegens een der redenen genoemd in art.
- Artikel 177Opsporingen strekken zich binnen het terrein van onderzoek niet uit tot gronden:
- Artikel 178Hetgeen in art. 177 omtrent opsporingen is bepaald, is ook van toepassing op de beschikking over den bovengrond ten…
- Artikel 179De rechthebbenden op den grond en derde belanghebbenden zijn verplicht de voor de in artt.
- Artikel 180Indien voor eene ontginning de beschikking over den bovengrond noodig is voor geen langer tijdperk dan drie jaren, is…
- Artikel 181Op gronden behoorende tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba verleent Onze Minister, onder de door hem noodig geoordeelde…
- Artikel 182De verklaring, dat ten behoeve van eene ontginning gronden als bedoeld in art.
- Artikel 183De krachtens de Mijnwet BES en dit besluit aan opspoorders en concessionarissen toegekende rechten en opgelegde…
- Artikel 184De schulden, voortspruiende uit de verplichting tot schadevergoeding en uit het in gebruik nemen van gronden, volgens…
- Artikel 185Hetgeen in art. 177 omtrent opsporingen is bepaald, is ook van toepassing op de beschikking over den bovengrond ten…
Afdeeling Tweede Beschikking over den grond ten behoeve van mijnbouwkundige opsporingen.
- Artikel 186De in art. 173 aan de rechthebbenden op den grond en derde belanghebbenden opgelegde verplichting om ten aanzien van…
- Artikel 187Het in art. 173 sub a bedoelde vertoonen van de vergunningsbeschikking of een authentiek afschrift daarvan aan de…
- Artikel 188In het geval bedoeld in art.
- Artikel 189Wanneer ten behoeve van de opsporingen tijdelijke beschikking noodig is over grond behoorende tot Bonaire, Sint…
- Artikel 190Kunnen de houder der vergunning tot opsporing eenerzijds, en de rechthebbenden op den grond en (of) derde…
- Artikel 191Wanneer de rechthebbende op den grond of derde belanghebbende buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont of zijne…
- Artikel 192Het geding wordt aanhangig gemaakt bij dagvaarding.
- Artikel 193De rechter behandelt zaken aangaande tijdelijke beschikking over gronden vóór elke andere.
Afdeeling Derde Van het geding.
- Artikel 194Ten dage dienende concludeert de aanlegger tevens tot benoeming van één of meer deskundigen ter opneming der schade…
- Artikel 195Tegen de uitspraak des rechters, waarbij hij zich onbevoegd verklaart dan wel houdende nietig-verklaring van de…
- Artikel 196Buiten de gevallen in art.
- Artikel 197Het in het zesde lid van art.
- Artikel 198De deskundigen leggen op de plaats des onderzoeks in handen van den rechter-commissaris den eed af.
- Artikel 199Partijen kunnen aan den rechter-commissaris en de deskundigen al die stukken mededeelen en al de gronden opgeven, welke…
- Artikel 200Ook ambtshalve kan de rechter-commissaris te allen tijde die personen voor zich en voor de deskundigen doen…
- Artikel 201De formaliteiten, bij de wettelijke bepalingen op de burgerlijke rechtsvordering voorgeschreven, omtrent het…
- Artikel 202Wanneer de deskundigen of de personen, wier verschijning de rechter-commissaris gelast heeft, op den bepaalden tijd…
- Artikel 203De griffier maakt van het bij onderzoek voorgevallene een proces-verbaal op, door den rechter-commissaris en hem te…
- Artikel 204De in art. 203 genoemde stukken worden gedurende veertien dagen ter inzage der partijen op de griffie nedergelegd…
- Artikel 205Na afloop van die veertien dagen brengt de rechter-commissaris in de eerstvolgende voor de behandeling van burgerlijke…
- Artikel 206Alleen de werkelijke waarde der gronden, niet de denkbeeldige welke zij uitsluitend voor den persoon van den…
- Artikel 207Bij de berekening der schadeloosstelling voor beschikking over grond ten behoeve van mijnbouwkundige opsporingen wordt…
- Artikel 208Wanneer de bij het vonnis bepaalde schadeloosstelling meer bedraagt dan het gedane aanbod, wordt de houder der…
- Artikel 209Tegen het in het vierde lid van art.
Afdeeling Vierde Van de gevolgen van het stellen van zekerheid en de tijdelijke beschikking over den grond ten behoeve van mijnbouwkundige opsporingen
- Artikel 210Wanneer de rechthebbenden op den grond en (of) derde belanghebbende weigeren den grond in gebruik te geven, nadat de…
- Artikel 211In het geval van art.
- Artikel 212De opspoorder of de ontdekker die zijne werkzaamheden op den voet van opsporingswerken voortzet of de rijksoverheid dat…
Afdeeling Vijfde Beschikking over den gronden ten behoeve van ontginningen.
- Artikel 213Indien voor eene ontginning de beschikking over den bovengrond noodig is voor geen langer tijdperk, dan drie jaren, is…
- Artikel 214Indien de beschikking over niet tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende, binnen het concessie-terrein gelegen…
- Artikel 215Het in het eerste lid van art.
- Artikel 216De rechthebbenden op den grond en derde belanghebbenden kunnen binnen den tijd van drie maanden nadat het in het eerste…
- Artikel 217De in art. 182 bedoelde verklaring dat ten behoeve van eene ontginning bepaaldelijk aangewezen, niet tot Bonaire, Sint…
- Artikel 218De concessionaris handelt vervolgens, onder overlegging van de in art.
- Artikel 219Op het door de concessionaris ingevolge het bepaalde bij artikel 218 te voeren proces en de gevolgen daarvan zijn de…
- Artikel 220Indien eene ontginning van rijksoverheidswege wordt ondernomen, gelden in verband met art.
- Artikel 221Indien de beschikking over tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende, binnen het concessie-terrein gelegen gronden…
- Artikel 222Indien zij, die rechten op de benoodigde gronden uitoefenen, met de door Onze Minister bij het in het tweede lid van…
- Artikel 223Over Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorenden grond, waarop derden rechten uitoefenen, mag, indien de beslissing van…
- Artikel 224Wanneer derden, die op tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende gronden rechten uitoefenen, de door Onze Minister…
- Artikel 225Onder den concessionaris kan door derden beslag worden gelegd op de schadeloosstelling.
- Artikel 226Erfdienstbaarheden kunnen gevestigd blijven op de gronden, waarvoor door den concessionaris ten behoeve van de…
- Artikel 227Indien tengevolge van oorzaken, welke de concessionaris bij machte was uit den weg te ruimen, met de noodige werken op…
- Artikel 228Indien de beschikking over tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoorende, buiten het concessieterrein gelegen gronden…
- Artikel 229Indien Onze Minister krachtens het eerste lid van art.
- Artikel 230Indien een ontginning van rijksoverheidswege wordt ondernomen en ten behoeve van die ontginning de beschikking over tot…
- Artikel 231Indien de aangeboden schadeloosstelling is geweigerd kan;
- Artikel 232Indien voor den aanleg van wegen of van hulpwerken, overeenkomstig het eerste lid van art.
- Artikel 233Wanneer, ten einde te kunnen voldoen aan de in artt.
- Artikel 234Indien door mijnbouwkundige opsporingen of eene mijnontginning aan den bovengrond of hetgeen daartoe behoort, schade…
- Artikel 235Zij, die kunstwegen, spoorwegen of andere openbare verkeersmiddelen aanleggen op gronden, gelegen binnen een terrein…
- Artikel 236Indien na een van rijksoverheidswege ingesteld onderzoek, eene ontginning van rijksoverheidswege wordt ondernomen…
Titel III Voorschriften ter uitvoering van art. 3, tweede lid der Mijnwet BES
Hoofdstuk Eenig In- en overschrijving van concessiën.
- Artikel 237De titel van aankomst van het op grond van de concessie verworven recht, bedoeld in art.
- Artikel 238Overschrijving van de rechten en verplichtingen uit eene concessie voortvloeiende, op de rechtverkrijgenden van den…
- Artikel 239De bewijzen van overgang van het op grond van de concessie verworven recht en alle akten, waarbij dat recht met…
- Artikel 240De in geval van splitsing van een concessie-terrein,verwisseling van gedeelten van concessie-terreinen en vereeniging…
- Artikel 241Van elke gerechtelijke akte van concessie als bedoeld in de artt.
- Artikel 242De notarissen zijn persoonlijk, in rechten, aansprakelijk voor de schade, welke veroorzaakt wordt door niet-naleving…
Titel IV Voorschriften ter uitvoering van art. 5, vierde lid, der Mijnwet BES.
Hoofdstuk Eenig Over de geschillen nopens het voldoen aan de vereischte gesteld in art. 5 der Mijnwet BES.
- Artikel 243Binnen een termijn van drie maanden ingaande met den datum van de in het eerste lid van art.
- Artikel 244Het in art. 243 bedoeld verzoekschrift wordt met de bijbehoorende stukken ingediend ter griffie van het Hof.
- Artikel 245De griffier van het Hof zendt binnen acht dagen na de indiening kosteloos een volledig afschrift van het verzoekschrift…
- Artikel 246De indiening van het verzoekschrift wordt ten spoedigste vanwege Onze Minister in de Staatscourant aangekondigd.
- Artikel 247Het Hof beschikt op het tijdig ingediend verzoekschrift na den Procureur-generaal te hebben gehoord en met inachtneming…
- Artikel 248Inlichtingen, welke het Hof van Onze Minister mocht wenschen te ontvangen, worden schriftelijk gevraagd en gegeven.
- Artikel 249De eindbeslissing, door het Hof ingevolge art.
- Artikel 250De griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zendt van de eindbeslissing van het Hof binnen veertien dagen…
- Artikel 251Indien het Hof beslist, dat de verzoeker niet voldoet aan de in art.
- Artikel 252Van de beteekening bedoeld in het eerste lid van art.
- Artikel 253Van de beteekening bedoeld in art.
Titel V Vervallenverklaring van rechten, intrekking van concessiën, en van rechtswege vervallen van het recht op concessie en van concessiën.
- Artikel 254In geval Onze Minister het voornemen heeft gebruik te maken van de hem in art.
- Artikel 255De beschikking waarbij een concessionaris van de hem bij zijne concessie verleende rechten wordt vervallen verklaard…
- Artikel 256De concessionaris, die intrekking zijner concessie verlangt, richt zich daartoe tot Onze Minister bij schriftelijk…
- Artikel 257Van af de beteekening bedoeld in het eerste lid van art.
- Artikel 258Ieder belanghebbend schuldeischer is bevoegd, binnen drie maanden na de in het eerste lid van art.
- Artikel 259Nadat de concessionaris, die intrekking zijner concessie heeft verzocht, de in het 4e lid van art.
- Artikel 260Ingeval de concessie, ingevolge de bepaling van het eerste lid van art.
- Artikel 261Wanneer een houder van het recht op concessie of een concessionaris naar het oordeel van Onze Minister heeft opgehouden…
- Artikel 262De houder van het recht op concessie, wiens recht, of de concessionaris, wiens concessie ingevolge art.
- Artikel 263Wanneer een concessie van rechtswege is vervallen, zal de betrokken bewaarder der hypotheken daarvan aanteekening…
- Artikel 264In dit besluit wordt verstaan onder vertegenwoordiger van den vergunninghouder of van den concessionaris, de door den…
- Artikel 265Behoudens het bepaalde betreffende de betaling van vast recht en de deswege verschuldigde boeten en kosten, moeten…
- Artikel 266Wanneer de hetzij in Bonaire, Sint Eustatius en Saba hetzij niet aldaar gevestigde vergunninghouder of concessionaris…
- Artikel 267Voor zoover in de Mijnwet BES en dit besluit niet anders is bepaald, komen de daarin voorgeschreven gerechtelijke…
- Artikel 268Dit besluit wordt aangehaald als:
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.