Huidige tekst
Artikel II Memorandum van Overeenstemming tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties
II De bijdrage van Nederland a) De Regering draagt fl 30 miljoen (dertig miljoen gulden) bij in het Reservefonds van de Universiteit van de Verenigde Naties. De bijdrage wordt gestort en bewaard op een speciale rekening bij een in Nederland gevestigde Nederlandse bank. De bijdrage wordt betaald in drie termijnen, als volgt: 20 miljoen gulden in 1989 5 miljoen gulden in januari 1990 5 miljoen gulden in januari 1991 Inkomsten uit belegging van de bijdrage worden gebruikt ten behoeve van de financiering van het Instituut. Ingeval het Instituut zijn werkzaamheden in Nederland beëindigt, wordt het gehele bedrag van 30 miljoen gulden terugbetaald aan de Regering of, bij onderlinge overeenstemming, behouden door de Universiteit voor een rechtstreeks met haar werkzaamheden verband houdend doel. b) De Regering stelt via het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen een jaarlijkse bijdrage van 1 miljoen gulden beschikbaar ter dekking van operationele kosten. Deze bijdrage wordt elk jaar geïndexeerd volgens de indexeringsprocedures die gebruikelijk zijn voor de normale subsidies aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek in Nederland. Deze bijdrage vangt aan in het jaar waarin de zetelovereenkomst in werking treedt. Deze bijdrage wordt betaald zolang de zetelovereenkomst van kracht blijft. c) De Regering stelt via het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen het Instituut tevens in de gelegenheid aanvragen in te dienen om onderzoeks- en opleidingsfondsen in Nederland die in open competitie worden verdeeld