Huidige tekst
Artikel 5a.2.5 Meetcode gas RNB
5a.2.5 Met een halfjaarlijks interval wordt een monstername van het gas gedaan. Hierop wordt een laboratoriumanalyse conform onderstaande tabel uitgevoerd. Daarbij geldt dat: a.voor de componenten THT, CO en Siloxanen de gaschromatografische bepalingsmethode moet worden toegepast of apparatuur met gelijkwaardige eigenschappen; b.voor de THT-bepaling de invoeder in gelegenheid wordt gesteld om door middel van het monsternamepunt zoals omschreven in 2.5.1a.2 van de Aansluit- en transportcode Gas – RNB een monster te nemen; c.in de opstartfase van de invoeding de netbeheerder in overleg met de invoeder een ander dan halfjaarlijkse interval kan vaststellen; d.voor de componenten CH 4, CO 2, N 2 en O 2 de totale onnauwkeurigheid van het gasmengsel moet voldoen aan de Wobbe- en calorische waarde specificaties, zoals vermeld in 5a.2.1; en e.in de rapportage van de laboratoriumtest voor micro-organismen wordt aangegeven wat de wijze van monsterneming, de wijze van analyse en het criterium voor een positieve test is. Periodieke kwaliteitsbepaling: vaststelling van kwaliteitswaarden d.m.v. laboratoriumanalyse Component Eenheid Bepalingsmethode(s) Onzekerheid CH 4 mol% ISO 6974, 4) CO 2 mol% ISO 6974 4) N 2 mol% ISO 6974 4) O 2 mol% ISO 6974 4) Anorganisch gebonden zwavel (H 2 S) mg/m 3 (n) ISO 6326 20% rel. Zwavel (totaal) mg/m 3 (n) als S ISO 6326 20% rel. THT mg/m 3 (n) Gaschromatografische bepalingsmethode 20% rel. Aromatische koolwaterstoffen mol% ISO 6974 of 6975 10% rel. H 2 mol% ISO 6974 of 6975 20% rel. CO mol% Gaschromatografische bepalingsmethode 20% rel. PE-waarde Labtest – Stof mg/m 3 (n) Labtest – Siloxanen ppm Gaschromatografische bepalingsmethode 25% rel. Micro-organismen: aanwezigheid van pathogene, methaanoxiderende, sulfaatreducerende en ijzeroxiderende bacteriën Labtest Koolwaterstofdauwpunt o C Labtest