Huidige tekst
Artikel 2.2 Meerjarenregeling Co-creatie 2025 – 2028 Fonds voor Cultuurparticipatie
Weigeringsgronden 1 Het Fonds weigert in ieder geval subsidie als voor hetzelfde programma in dezelfde periode reeds subsidie is of zal worden verleend: a.op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid b. door het Fonds; of c. door een van de andere Rijkscultuurfondsen. 2 Subsidie kan worden geweigerd op basis van inhoudelijke gronden, of: a.als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de te bereiken outcome en resultaten en de activiteiten die daartoe leiden; b.als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is; c.als de aanvrager in de voorgaande jaren niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen. Daaronder vallen in elk geval ook: het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten; d.als de aanvrager in de aanvraag niet verklaart de volgende codes te onderschrijven: Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en Code Diversiteit & Inclusie zoals hierboven toegelicht in artikel 2.1 van deze regeling; e.als de aanvraag niet aansluit bij het doel van de regeling; f.als de aanvraag primair gericht is op activiteiten die plaatsvinden binnen het onderwijs; g.als de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere activiteiten van een lokale of regionale kunsteducatie-instelling; h.als sprake is van de (overige) in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht opgenomen weigeringsgronden; i.indien het aangevraagde bedrag niet ligt binnen het gestelde minimum- en maximumbedrag zoals gesteld in artikel 4.4, 5.4 en 6.4.