Huidige tekst
Artikel 11 Mandaatregeling VWS
Minister 1 De Minister ondertekent de stukken gericht aan: a.de Koning; b.de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal; c.de Ministerraad of daaruit gevormde vaste colleges; d.de Raad van State; e.de Algemene Rekenkamer. 2 Ten aanzien van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde colleges geldt het in de aanhef van het eerste lid gestelde niet voor zover het gaat om bestuursrechtelijke procedures onderscheidenlijk stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang. 3 Voorts worden de volgende stukken door de Minister ondertekend: a.stukken, inhoudende vaststelling van algemeen verbindende voorschriften; b.stukken, inhoudende een aankondiging van uitbreiding van de rijksbemoeienis op het terrein van volksgezondheid, welzijn of sport of een aankondiging van wijzigingen van het beleid; c.besluiten op een beroepschrift; d.besluiten, inhoudende de vernietiging van of de onthouding van de goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan; e.stukken, inhoudende aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift; f.stukken, inhoudende een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit taakuitoefening IGJ aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.