Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020

Huidige tekst

Artikel 4 Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020

Geldt sinds 1 januari 2020

Voorbehouden aan de Minister 1 Mandaat in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen en ondertekenen van stukken bestemd voor: a.de Koning; b.de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en de daaruit gevormde onderraden en commissies; c.de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; d.een Minister of een Staatssecretaris; e.de Raad van State (van het Koninkrijk), behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f.de Algemene Rekenkamer, behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g.de Nationale ombudsman; h.autoriteiten in binnen- en buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan de Minister. 2 De secretaris-generaal kan de stukken bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen de Minister en de secretaris-generaal. In dat geval ondertekent de secretaris-generaal de stukken op de in artikel 16, vierde lid, voorgeschreven wijze.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.