Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996

Maatr lv 1996

Huidige tekst

Artikel 10 Maatr lv 1996

Geldt sinds 1 januari 2008

  1. 1

    Het verzoek tot het verlenen van rechterlijke machtiging tot ambtshalve doorhaling, bedoeld in artikel 1304, eerste lid, onder b, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, voorzien van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde rechterlijke machtiging, in de openbare registers ingeschreven.

  2. 2

    De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op het verzoek aangetekend.

  3. 3

    Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de bewaarder bij het verzoek over: a.een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, en l, van de wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen; b.in gevallen als bedoeld in artikel 1304, eerste lid, onder b, onderdelen 1°, 2° en 3°, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3 van de Wet luchtvaart, is doorgehaald; c.in een geval als bedoeld in artikel 1304, eerste lid, onder b, onderdeel 4°, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijsstuk van teboekstelling of een uittreksel uit het verdragsregister waaruit blijkt dat het luchtvaartuig aldaar te boek staat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.