Luchtvaartwet

LVW

Huidige tekst

Artikel 1 LVW

Geldt sinds 1 januari 2022

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder a. luchtvaart: het gebruik van luchtvaartuigen; b. luchtvaartuig: toestel, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart; c. vliegtuigen: luchtvaartuigen zwaarder dan lucht en voorzien van een voortstuwingsinrichting; d. exploitant van een luchtvaartterrein: degene, te wiens name ingevolge deze wet een luchtvaartterrein wordt aangewezen; e. vervallen; f. buitenlandse luchtvaartuigen: luchtvaartuigen, ingeschreven in een buitenlands luchtvaartuigregister; g. luchtvaartterreinen: een aangewezen terrein ingericht voor het opstijgen en landen van luchtvaartuigen; h. luchtvaartmaatschappijen: eigenaren van ondernemingen, die geheel of gedeeltelijk hun bedrijf maken van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen; i. verkeersvlucht: een vlucht, die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft; j. Onze Minister: voor wat de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: voor wat de militaire luchtvaart betreft: Onze Minister van Defensie;

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:499Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding Opiumwet. Middel klaagt dat hof ten onrechte dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd heeft geoordeeld dat KMar bevoegd was om verdachte te fouilleren o.g.v. art. 52 lid 5 WWM. AG…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1366Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2017 (strafrecht)

    Voorhanden hebben vuurwapen. Bewustheid bij verdachte omtrent het aanwezig hebben van een stroomstootwapen in de vorm van een zaklamp? Art. 2.1 categorie II sub 5 WWM jo. art. 26 WWM. HR herhaalt…

  • ECLI:NL:PHR:2015:674Parket bij de Hoge Raad, 17 februari 2015 (strafrecht)

    Opsomming bewijsmiddelen. Bekennende verklaring? Art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AX5776. De enkele omstandigheid dat de ttz. in e.a. afgelegde verklaring niet…

  • ECLI:NL:HR:2014:649Hoge Raad, 18 maart 2014 (strafrecht)

    Onttrekking aan het verkeer. Nu de bestreden uitspraak niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b.1 aanhef en onder 3 Sr.

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:355Gerechtshof Amsterdam, 11 februari 2021 (strafrecht)

    Voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het wapen was half geladen en binnen handbereikheid van verdachte, zodat het makkelijk gebruiksklaar kon worden gemaakt. Verdachte bevond zich in een…

  • ECLI:NL:RVS:2019:245Raad van State, 30 januari 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 maart 2013 heeft de staatssecretaris (thans: de minister) een verzoek van [appellant sub 2] en anderen om schadevergoeding afgewezen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:1355Gerechtshof Amsterdam, 25 maart 2016 (strafrecht)

    Katapult op luchthaven. Geen straf of maatregel.

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2722Gerechtshof Amsterdam, 11 maart 2016 (strafrecht)

    Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, op een luchtvaartterrein, als omschreven in artikel 1 van de Luchtvaartwet. Toepassing 9a Sr.

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.