Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering

Huidige tekst

Artikel 6 Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering

Geldt sinds 25 mei 1961

(a) De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van alle overeenkomstsluitende partijen zonder onderscheid van nationaliteit, en zullen door deze luchtvaartuigen moeten worden nagekomen bij het binnenkomen in of verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van die partij. (b) De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of lading van luchtvaartuigen, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zullen door of vanwege de passagiers, bemanning en lading van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van de andere overeenkomstsluitende partij moeten worden nagekomen gedurende het verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde partij.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.