Leegstandwet

Leegstw

Huidige tekst

Artikel 4 Leegstw

Geldt sinds 1 oktober 2010

  1. 1

    Burgemeester en wethouders voeren binnen drie maanden na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 3, overleg met de eigenaar van het gebouw omtrent het gebruik van dat gebouw respectievelijk dat gedeelte van het gebouw.

  2. 2

    Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg, bedoeld in het eerste lid, of zonder overleg indien de eigenaar aan dat overleg geen medewerking verleent, in een leegstandsbeschikking vaststellen of het gebouw respectievelijk het gedeelte daarvan geschikt is voor gebruik.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:2082Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2015 (strafrecht)

    Art. 138a.1 Sr, uitleg bestanddeel “waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd”. Het Hof heeft geoordeeld dat het gebruik van het gebouw aan de Koningin Wilhelminalaan 7 door de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:2043Rechtbank Amsterdam, 22 maart 2016 (bestuursrecht)

    Na melding van leegstand beslist verweerder dat de gebouwen van eiseres geschikt zijn voor gebruik als kantoorpand. Dit besluit is een onderdeel van het instrumentarium ter bestrijding van leegstand.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.