Huidige tekst
Artikel 5 Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ
- 1
De vertrouwenspersoon heeft de volgende taken en bevoegdheden: a.het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de melder, alsmede het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener; b.het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing; c.het door middel van het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator trachten tot een oplossing te komen; d.het adviseren over en behulpzaam zijn van de melder bij eventueel verder te nemen stappen; e.het ondersteunen en begeleiden van de melder bij het indienen van een klacht ter zake bij de commissie en bij het horen door de commissie; f.het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de secretaris-generaal op het gebied van de preventie van ongewenste omgangsvormen in de organisatie; g.het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen; h.het verlenen van nazorg aan de melder.
- 2
De vertrouwenspersoon heeft jegens de melder een recht op verschoning.
- 3
De vertrouwenspersoon legt over zijn tijdsbesteding als zodanig verantwoording af aan zijn hoofd van dienst.
- 4
Indien de vertrouwenspersoon een advies geeft als bedoeld in het eerste lid, onder f, zendt de secretaris-generaal afschrift daarvan aan de Departementale Ondernemingsraad.