Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden

Huidige tekst

Artikel 14 Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden

Geldt sinds 1 februari 1995

  1. 1

    De Partijen verplichten zich ertoe te erkennen dat iedere persoon die tot een nationale minderheid behoort het recht heeft zijn minderheidstaal te leren.

  2. 2

    In gebieden die van oudsher of in groten getale worden bewoond door personen die tot nationale minderheden behoren, streven de Partijen ernaar, indien er voldoende vraag naar is, ervoor zorg te dragen, voor zover mogelijk en binnen het kader van hun onderwijsstelsels, dat personen die tot deze minderheden behoren voldoende mogelijkheden hebben om de minderheidstaal te leren of om onderwijs in deze taal te krijgen.

  3. 3

    Het tweede lid van dit artikel wordt toegepast onverminderd het leren van de officiële taal of het onderwijzen in deze taal.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.