Kaderregeling subsidiering projecten ten behoeve van onderzoek en wetenschap

Huidige tekst

Artikel 18 Kaderregeling subsidiering projecten ten behoeve van onderzoek en wetenschap

Geldt sinds 1 januari 2002

Delegatie 1 De minister kan de bevoegdheid delegeren tot het nemen van besluiten met betrekking tot een verleende subsidie. 2 De delegatie dient expliciet uit de subsidieverlening te blijken. 3 Indien de subsidieontvanger bij de uitoefening van de delegatiebevoegdheid het door de minister beschikbaar gestelde subsidiebedrag overschrijdt, dan komt die overschrijding geheel voor rekening van de subsidieontvanger, tenzij de minister hiertoe anders beslist. 4 De minister kan bij de subsidieverlening een looptijd bepalen gedurende welke de subsidieontvanger bevoegd is tot het nemen van besluiten die strekken tot het aangaan van nieuwe verplichtingen. Indien door de subsidieontvanger besluiten worden genomen waaruit verplichtingen tot subsidiëring volgen die ingaan na afloop van de looptijd, dan komen de financiële consequenties geheel voor rekening van de subsidieontvanger tenzij de minister hiertoe anders beslist. 5 Een subsidieontvanger waaraan de bevoegdheid tot het nemen van besluiten omtrent subsidiëring wordt gedelegeerd, is verantwoordelijk voor het opstellen van voorwaarden waaronder hij besluiten tot subsidiëring zal honoreren. Hieronder valt in ieder geval de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van een subsidieplafond.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.