Huidige tekst
Artikel 34 Kadasterregeling 1994
- 1
De in artikel 52, eerste lid, van de wet bedoelde coördinaatpunten (RD-punten) worden landelijk genummerd. De nummers zijn opgebouwd uit zes cijfers.
- 2
De in het eerste lid bedoelde nummers verwijzen met de eerste drie cijfers naar het blad van de overzichtskaart op schaal 1:50.000, waarbij het derde cijfer verwijst naar het oorspronkelijk westelijk of oostelijk halfblad van de topografische indeling door het cijfer 9 respectievelijk 0.
- 3
Het vierde cijfer geeft de orde van het punt aan. Het volgnummer in de groep wordt aangegeven door de laatste twee cijfers.
- 4
Bij de nummering worden op de laatste drie posities de volgende cijferreeksen gebruikt: a.101 tot en met 119 voor de oorspronkelijke eerste orde punten van het primaire driehoeksnet; b.201 tot en met 299 voor de RD-punten van de tweede orde; c.301 en hoger voor alle overige punten.