Kadasterregeling 1994

Huidige tekst

Artikel 34 Kadasterregeling 1994

Geldt sinds 10 juli 2004

  1. 1

    De in artikel 52, eerste lid, van de wet bedoelde coördinaatpunten (RD-punten) worden landelijk genummerd. De nummers zijn opgebouwd uit zes cijfers.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde nummers verwijzen met de eerste drie cijfers naar het blad van de overzichtskaart op schaal 1:50.000, waarbij het derde cijfer verwijst naar het oorspronkelijk westelijk of oostelijk halfblad van de topografische indeling door het cijfer 9 respectievelijk 0.

  3. 3

    Het vierde cijfer geeft de orde van het punt aan. Het volgnummer in de groep wordt aangegeven door de laatste twee cijfers.

  4. 4

    Bij de nummering worden op de laatste drie posities de volgende cijferreeksen gebruikt: a.101 tot en met 119 voor de oorspronkelijke eerste orde punten van het primaire driehoeksnet; b.201 tot en met 299 voor de RD-punten van de tweede orde; c.301 en hoger voor alle overige punten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.