Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Invoeringswet Wabo

Huidige tekst

Artikel 1.2 Invoeringswet Wabo

Geldt sinds 1 oktober 2010

  1. 1

    Een vergunning of ontheffing als bedoeld in: a.artikel 2.11.1, eerste lid, of 3.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, b.artikel 40 van de Mijnbouwwet die niet van toepassing is op het continentaal plat, c.artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 die niet van toepassing is op archeologische monumenten, d.artikel 37 van de Monumentenwet 1988, e.artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, f.artikel 3.3, onder a of b, 3.6, eerste lid, onder c, 3.7, derde of vierde lid, 3.22, eerste lid, 3.23, eerste lid, 3.38, derde, vierde of zesde lid, artikel 4.1, derde of vijfde lid, 4.2, derde lid, of 4.3, derde of vierde lid, 4.4, derde lid, 6.12, zesde lid, of 6.13, tweede lid, onder e, van de Wet ruimtelijke ordening, of g.artikel 40 van de Woningwet, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van kracht en onherroepelijk is, wordt voorzover voor de betrokken activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1 van die wet is vereist, gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor de betrokken activiteit.

  2. 2

    Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht blijft van toepassing op: a.de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid of een aanvraag om een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, indien voor dat tijdstip een aanvraag is ingediend, b.de voorbereiding en vaststelling van een ambtshalve te geven beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, indien voor dat tijdstip een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, of c.een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid of een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.

  3. 3

    In gevallen als bedoeld in het tweede lid wordt: a.een vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor de betrokken activiteit; b.een beschikking tot wijziging van een vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een beschikking tot wijziging van een omgevingsvergunning, op het tijdstip waarop de betrokken beschikking onherroepelijk is geworden.

  4. 4

    Beperkingen waaronder een beschikking als bedoeld in het eerste of derde lid is verleend, worden gelijkgesteld met aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

  5. 5

    In afwijking van het vierde lid vervalt een beperking of een voorschrift waarbij krachtens artikel 8.17, tweede lid, van de Wet milieubeheer is bepaald dat de betrokken vergunning slechts geldt voor een bepaalde termijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:3871Raad van State, 2 juli 2026 (omgevingsrecht)

    Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort de omgevingsvergunning van het Circuitpark Zandvoort geactualiseerd. Bij uitspraak van 24 maart 2026 heeft…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:1484Rechtbank Den Haag, 4 februari 2025 (omgevingsrecht)

    Handhavend optreden tegen 37 in strijd met een verleende bouwvergunning gebouwde garageboxen; drie eisers in beroep om uiteenlopende redenen; 2.3, aanhef en onder b, van de Wabo; situering en…

  • ECLI:NL:RVS:2024:1630Raad van State, 17 april 2024 (omgevingsrecht)

    Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk de aan maatschap [naam appellant] verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een machineberging…

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:103Rechtbank Limburg, 10 januari 2024 (bestuursrecht)

    Omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van twee stallen (a-activiteit). Er is geen sprake van onlosmakelijke samenhang uit artikel 2.7 van de Wabo. Er is geen vergunning voor een…

  • ECLI:NL:RBGEL:2023:861Rechtbank Gelderland, 9 februari 2023 (omgevingsrecht)

    Omgevingsvergunning voor een geitenstal (artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wabo). Onlosmakelijke samenhang uit artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo is niet van toepassing door het overgangsrecht uit…

  • ECLI:NL:RVS:2023:89Raad van State, 11 januari 2023 (omgevingsrecht)

    Bij besluit van 24 april 2020 heeft het college geweigerd om de op 5 april 2011 verleende revisievergunning voor een veehouderij aan de [locatie 1] in Sambeek (gedeeltelijk) in te trekken. Op het…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:7329Rechtbank Gelderland, 9 december 2022 (omgevingsrecht)

    Weigering intrekking milieuvergunning. De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van artikel 2.33, tweede lid, onder a, Wabo waarin wordt verwezen naar gebruikmaking van de vergunning, volgt dat…

  • ECLI:NL:RVS:2022:3623Raad van State, 7 december 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 8 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem het verzoek om handhaving van [appellant] met betrekking tot het houden van dieren en het opslaan…

448 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.