Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme

Huidige tekst

Artikel 4 Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme

Geldt sinds 13 april 2005

  1. 1

    Niets in dit Verdrag tast op enige wijze andere rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden aan van Staten en personen op grond van het internationaal recht, met name de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal humanitair recht.

  2. 2

    De handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict als gedefinieerd in en onderworpen aan het internationaal humanitair recht vallen niet onder dit Verdrag, evenmin als de handelingen ondernomen door de strijdkrachten van een Staat bij de uitoefening van hun officiële taken, voorzover onderworpen aan andere bepalingen van internationaal recht.

  3. 3

    De bepalingen van het tweede lid van dit artikel mogen niet zodanig worden uitgelegd dat anderszins wederrechtelijke gedragingen worden gebillijkt of gewettigd of dat vervolging op grond van andere wetten wordt belet.

  4. 4

    Dit Verdrag is niet van toepassing op en kan evenmin worden uitgelegd als zou het van toepassing zijn op, de kwestie van de rechtmatigheid van het gebruik of de dreiging met het gebruik van kernwapens door Staten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2014:1148Raad van State, 2 april 2014 (bestuursrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 8 juni 2010 heeft de minister A, B, C en D aangewezen als personen op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II (hierna: de Sanctieregeling) van toepassing is.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.