Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken

Huidige tekst

Artikel 15 Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken

Geldt sinds 18 december 1975

  1. 1

    Indien na het verstrijken van een termijn van 60 dagen na de benoeming van de tweede scheidsman de Voorzitter van het Scheidsgerecht niet is benoemd, gaat de Secretaris-Generaal van de Organisatie op verzoek van een der Partijen binnen een termijn van nogmaals 60 dagen over tot de benoeming; hij doet daarbij een keuze uit de lijst van personen van de vereiste hoedanigheid die van tevoren is opgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 4. Deze lijst is een andere dan de lijst van deskundigen voorgeschreven in artikel IV van het Verdrag en dan de lijst van leden van de Verzoeningscommissie voorgeschreven in artikel 4 van deze Bijlage; dezelfde persoon kan evenwel voorkomen zowel op de lijst van leden van de Verzoeningscommissie als op de lijst van scheidslieden. Een persoon die in een geschil is opgetreden als lid van de Verzoeningscommissie kan evenwel niet worden gekozen om op te treden als scheidsman in dezelfde zaak.

  2. 2

    Indien binnen een termijn van 60 dagen na de ontvangst van het verzoek een van de Partijen het lid van het Scheidsgerecht voor wiens aanwijzing zij verantwoordelijk is niet heeft benoemd, kan de andere Partij de Secretaris-Generaal van de Organisatie hiervan rechtstreeks in kennis stellen. Deze wijst de Voorzitter van het Scheidsgerecht aan binnen een termijn van 60 dagen; hij kiest deze uit de lijst bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

  3. 3

    De Voorzitter van het Scheidsgerecht verzoekt na te zijn aangewezen de Partij die geen scheidsman heeft gesteld, dit te doen volgens dezelfde regels en op dezelfde voorwaarden. Indien de Partij de vereiste aanwijzing niet verricht, verzoekt de Voorzitter van het Scheidsgerecht de Secretaris-Generaal van de Organisatie de aanwijzing te verrichten op de wijze en volgens de regels bedoeld in het voorgaande lid.

  4. 4

    De Voorzitter van het Scheidsgerecht die met inachtneming van het bepaalde in dit artikel is aangewezen, mag geen onderdaan zijn of geen onderdaan zijn geweest van een van de betrokken Partijen, tenzij de andere Partij of Partijen verklaren daartegen geen bezwaar te hebben.

  5. 5

    In geval van overlijden of in gebreke blijven van een scheidsman voor wiens aanwijzing een van de Partijen verantwoordelijk is, wijst die Partij een vervanger aan binnen een termijn van 60 dagen te rekenen van de datum van overlijden of in gebreke blijven. Indien deze Partij de aanwijzing niet verricht wordt de arbitrage voortgezet door de overblijvende scheidslieden. In geval van overlijden of in gebreke blijven van de Voorzitter van het Scheidsgerecht wordt een vervanger aangewezen overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, of, bij gebreke van overeenstemming tussen de leden van het Scheidsgerecht, binnen een termijn van 60 dagen te rekenen van het overlijden of in gebreke blijven, overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.