Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Huidige tekst

Artikel 22 Instellingswet Productschappen en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Geldt sinds 1 januari 1986

  1. 1

    Het hoofdproductschap heeft organen, commissies genaamd, voor aangelegenheden betreffende: a.koffie en thee; b.cacaobonen, cacao en cacaoproducten; c.wijn; d.vlas.

  2. 2

    De leden van de commissies worden benoemd door organisaties van ondernemers en van werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.

  3. 3

    De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen.

  4. 4

    De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van het hoofdproductschap is tevens voorzitter van de commissies. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdproductschap.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.