Instellingswet Productschap voor Vis en Visproducten

Huidige tekst

Artikel 2 Instellingswet Productschap voor Vis en Visproducten

Geldt sinds 1 januari 1992

  1. 1

    Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin: de visserij wordt uitgeoefend; vis wordt be- of verwerkt tot producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen dienen; de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in vis of uit vis verkregen producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen.

  2. 2

    In deze wet wordt verstaan onder: vis: vis, delen van vis, schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren; visserij: het bedrijf van het vangen of kweken van vissen, schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren.

  3. 3

    In deze wet wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.

  4. 4

    Als ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde produkten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2005:AU3987College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28 september 2005 (bestuursrecht)

    Heffing Visheffing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.