Financiële-verhoudingswet

FVW

Huidige tekst

Artikel 8 FVW

Geldt sinds 22 maart 2018

  1. 1

    Ten behoeve van de verdeling van het provinciefonds en het gemeentefonds worden verdeelmaatstaven gehanteerd. De maatstaven hebben slechts betrekking op de kenmerken die zijn vermeld in de navolgende tabellen A en B. Bij een kenmerk worden ten minste de in de tabellen vermelde onderscheidingen aangebracht. Tabel A Kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven voor het provinciefonds Kenmerk Onderscheidingen a Belastingcapaciteit van de provincies ter zake van de motorrijtuigenbelasting b Inkomsten uit eigen vermogen van de provincies c De inwoners van de provincies Bevolkingsdichtheid d Het grondgebied van de provincies Oppervlakte Bodemgebruik e Vaste bedragen voor de provincies Tabel B Kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds Kenmerk Onderscheidingen a Belastingcapaciteit van de gemeenten ter zake van de onroerende-zaakbelastingen Belastingcapaciteit ter zake van woningen Belastingcapaciteit ter zake van niet-woningen b De inwoners van de gemeenten Leeftijd Woonplaats Inkomen Recht op uitkering Behoren tot een minderheidsgroep Beroep op voorzieningen in de gemeenten c Het grondgebied van de gemeenten Oppervlakte Bodemgesteldheid Historische kern d De bebouwing in de gemeenten Grondoppervlak bebouwing Woonruimten Historisch aantal woonruimten Noodzaak voor vernieuwing van de bebouwing Dichtheid van de bebouwing e Vaste bedragen voor gemeenten Vaste bedragen voor de vier grootste steden Vast bedrag voor de waddengemeenten Vast bedrag voor alle gemeenten f Tijdelijke ondersteuning van gemeenten in verband met herindeling 2 De belastingcapaciteit ter zake van woningen, bedoeld in tabel B onder a, wordt slechts voor 80% in de verdeelmaatstaf betrokken. De belastingcapaciteit ter zake van niet-woningen wordt slechts voor 70% in de verdeelmaatstaf betrokken. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke verdeelmaatstaven worden gehanteerd en hoe deze worden gehanteerd. Krachtens de maatregel kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van de bij de bepaling gebruikte begrippen en omtrent de wijze van telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf. 4 Een krachtens het derde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2002:AD7797Parket bij de Hoge Raad, 1 maart 2002 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1365Gerechtshof Den Haag, 15 juli 2025 (belastingrecht)

    Art. 223 Gemeentewet. Art. 63 en 65 VWEU. Forensenbelasting Noordwijk 2022. Grensoverschrijdende investering in onroerend goed. De heffing van forensenbelasting door de gemeente Noordwijk van een…

  • ECLI:NL:RBALM:2007:BE9739Rechtbank Almelo, 28 februari 2007 (belastingrecht)

    Beroep tegen aanslag onroerende-zaaksbelasting en rioolrecht, ongegrond.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.