Europese Overeenkomst nopens het verkeer van personen tussen de Lid-Staten van de Raad van Europa

Huidige tekst

Artikel 1 Europese Overeenkomst nopens het verkeer van personen tussen de Lid-Staten van de Raad van Europa

Geldt sinds 1 maart 1961

  1. 1

    Onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partijen mogen, ongeacht het land hunner vestiging, het grondgebied van een andere Partij over alle grenzen binnenkomen of verlaten op vertoon van een van de documenten vermeld in de Bijlage bij deze Overeenkomst, die een integrerend onderdeel van de Overeenkomst vormt.

  2. 2

    De in lid 1 bedoelde faciliteiten gelden alleen voor bezoeken van ten hoogste drie maanden.

  3. 3

    Voor ieder verblijf van langer dan drie maanden of bij iedere binnenkomst met het oogmerk winstgevende arbeid op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij te gaan verrichten kan een geldig paspoort en visum worden geëist.

  4. 4

    Voor de toepassing van deze Overeenkomst heeft de term „grondgebied” van een Overeenkomstsluitende Partij de betekenis daaraan door deze toegekend in een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa ter mededeling aan alle andere Overeenkomstsluitende Partijen gerichte verklaring.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2012:BV9454Raad van State, 14 maart 2012 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 3 november 2009 heeft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling de toegang tot het Schengengebied geweigerd.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.