Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten

Huidige tekst

Artikel 34 Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten

Geldt sinds 22 mei 1985

  1. 1

    Geschillen die tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Staten mochten ontstaan met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst worden op verzoek van een der partijen bij het geschil of bij wijze van compromis voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof tenzij de partijen een andere vreedzame regeling van het geschil overeenkomen.

  2. 2

    Aan het Internationaal Gerechtshof kan evenwel geen geschil worden voorgelegd: (a) dat betrekking heeft op een vraag die aan de orde wordt gesteld in een geding dat door een Overeenkomstsluitende Staat aanhangig is gemaakt voor de rechter van een andere Overeenkomstsluitende Staat, alvorens die rechter een vonnis heeft gewezen, dat voldoet aan de in artikel 20, eerste lid, letter (b), genoemde vereisten; (b) dat betrekking heeft op een vraag die aan de orde wordt gesteld in een geding dat is ingesteld voor de rechter van een Overeenkomstsluitende Staat overeenkomstig artikel 21, eerste lid, alvorens die rechter in dat geding een eindvonnis heeft gewezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.